MENNO VON BRUCKEN FOCK

VII en VII II

Artiest / Band: 
ECHOLYN
ECHOLYN - vii

Tien jaar na hun laatste release I Heard You Listening laten de vier leden van het Amerikaanse kwartet Echolyn weer van zich horen met maar liefst twee albums. De bulk van het werk werd tussen 2018 en 2024 oprenomen door Brett Kull (zang, gitaar), Ray Weston (zang, bas) en Chris Buzby (zang, toetsen), terwijl Jordan Perlson (drums) uiteraard ook een rol speelde bij de arrangementen. Het album Time Silent Radio vii bevat heel toepasselijk zeven stukken met een totale lengte van zo’n 46 minuten, terwijl Time Silent Radio II daadwerkelijk bestaat uit twee epics van ruim zestien en ruim 28 minuten, die beide echter wel in meerdere subnummers zijn onderverdeeld. Alleen het feit al, dat deze band  na ruim tien jaar weer een teken van leven geeft en dus eigenlijk nooit is weggeweest, mag al een prestatie van formaat heten. Als je dan de kwaliteit van de composities in ogenschouw neemt dan is een diepe buiging op zijn plaats. Hoewel je de karakteristieken van de muziek moeilijk onder één noemer kunt onderbrengen, komen  voor mij bands als Gentle Giant, maar zeker ook The Beatles en in mindere mate Genesis als eerste inspiratiebronnen in aanmerking. Eigenlijk dus vergelijkbare invloeden die ook de muziek van Neal Morse, Spock’s Beard en Syzygy/Witsend kenmerken. Echter, er is geen viool of vibrafoon te horen zoals bij Gentle Giant, of een saxofoon zoals bij Happy The Man, maar alleen de standaardbezetting van drums, bas, gitaar en toetsen. De albums bevatten intelligente composities met veel tempowisselingen, onverwachte wendingen en veelvuldig duikt zeer harmonieuze, meerstemmige zang op. De poëtische teksten zijn echter voor mij niet altijd even begrijpelijk. Daardoor is deze muziek uitdagend, niet zozeer vanwege de spetterende solo’s maar vanwege alle verrassingen die in elke compositie te horen zijn. Hoewel Kull en Weston beiden als leadzangers staan vermeld, is de hoofdrol voor de laatste weggelegd met zijn heldere, wat hogere soms iets schreeuwerige stemgeluid. Niet alleen bij vii, maar zeker bij het album II krijg je wel het gevoel dat de muziek de vorm heeft van een mozaïek: korte passages die kunstig en vloeiend passend gemaakt zijn. Je hoort nergens dubbele basdrums, snerpende gitaarsolo’s of stevige riffs maar mooie, vloeiende prog waarbij piano en akoestische gitaar ook geregeld te horen zijn. Het is dat de zang mij niet altijd aanspreekt, anders zouden deze albums goed geweest voor een ‘vette krent’ in iO Pages.