
Leo Koperdraat, die bij progliefhebbers mogelijk bekend is als recensent voor de Dutch Progressive Rock Page (DPRP) of als muzikant van Fractal Mirror of The Mirror Image, besloot enkele jaren geleden om solo verder te gaan als The Imperfectionist Collective. Zowel de composities als de opnamen uit de afgelopen jaren, hebben tot het album Solitaire geleid. Tot zijn inspiratiebronnen zou je Steven Wilson, Dissociatives, Carptree en de grote namen uit de jaren zeventig en tachtig, zoals Frank Zappa en bands als Camel, Cardiacs, Jellyfish, XTC, English Teacher en Dutch Uncles kunnen rekenen. Na een etherische opening komen de invloeden van vooral Camel naar voren. Gezien het overheersende melancholieke karakter van de diverse tracks, is Solitaire over het geheel genomen een vrij rustig en melodieus album. De bas en de drums komen echter uit de computer en dat heeft duidelijk niet mijn voorkeur. Het klinkt daardoor allemaal nogal steriel al zijn de composities zeker de moeite waard. Het woord ‘Collective’ heeft Koperdraat achteraf toegevoegd, omdat niemand minder dan Brett Kull (Echolyn) en Rhys Marsh zich met de mix bemoeiden en hier en daar ook wat muziek hebben aangevuld. De vele overvloedige mellotrongeluiden en het beperkte gitaarspel maken dit geheel tot een door toetsen gedomineerd album, dat bestaat uit elf tracks met een totale lengte van ruim drie kwartier. Koperdraats ietwat monotone en vrij diepe stemgeluid in combinatie met de muziek, doen mij wat sfeer betreft eerder aan bijvoorbeeld No-Man denken dan aan de bands van de hierboven genoemde invloeden uit de begeleidende tekst. Qua klankkleur doet de stem van Koperdraat mij enigszins denken aan die van stergitarist Marcel Singor (ex-Kayak). In een uptempo nummer als I Lost The Moon zijn synthpopinvloeden uit de jaren tachtig herkenbaar. De slottrack gaat zelfs richting elektronische muziek. Slotconclusie: petje af voor Leo Koperdraat al denk ik niet dat dit album een bestseller zal worden.