MENNO VON BRUCKEN FOCK

Rio

Rabin, Trevor
maandag, oktober 23, 2023
RABIN, TREVOR, 2023 (NL)

“Zowel klassieke muziek, heavy rock als prog zit in mijn DNA. Met Rio wil ik laten horen waar ik muzikaal sta”

(Tekst Menno von Brucken Fock, eindredactie Peter Willemsen)

Trevor Rabin (1954) is geboren en getogen in Zuid-Afrika. Hij is de zoon van een gerespecteerde advocaat die tevens eerste violist in het Johannesburg Symfonieorkest was. Zijn moeder is een actrice en een klassiek geschoolde pianiste. Trevor kreeg pianoles vanaf zijn zesde en begon gitaar te spelen nadat hij Hank B. Marvin van The Shadows had horen spelen. Al op jonge leeftijd speelde hij in diverse bandjes. Op zijn zeventiende was hij een veelgevraagd sessiegitarist en leerde hij het vak van producer. Met de band Rabbitt maakte hij Boys Will Be Boys, de best verkopende lp in Zuid-Afrika ooit en deed hij talloze optredens.

Na nog twee albums met Rabbitt verruilde hij in 1978 Zuid-Afrika voor Londen en co-produceerde aldaar onder meer het album Chance van Manfred Mann’s Earth Band. In datzelfde jaar bracht hij zijn eerste naamloze soloalbum uit, gevolgd door Face To Face (1979) en Wolf (1980).

In 1981 verhuisde Rabin naar Los Angeles. Zijn composities voor een vierde soloalbum trokken de aandacht van bassist Chris Squire (Yes) en in een later stadium werd Jon Anderson bij het project betrokken. Het resultaat van die samenwerking was 90125, het best verkochte album van Yes ooit. Nadat Rabin met Yes het minder succesvolle album Big Generator had opgenomen, volgde een rommelige periode waarin de diverse Yes-leden verschillende activiteiten ondernamen. Rabin, die inmiddels Amerikaans staatsburger was geworden, liet van zich horen met het vierde soloalbum Can’t Look Away (1989).Ondanks alles werd in 1991 het Yes-album Union uitgebracht met een daaropvolgende tournee. In 1994 kreeg Rabin bij Yes vrijwel alle touwtjes in handen tijdens de opnamen van het album Talk. Hij nam het leeuwendeel van zowel de composities als de instrumenten voor zijn rekening. Daarna ging Yes weer in de meest vertrouwde bezetting toeren.Rabin verliet Yes midden jaren negentig om zich vervolgens op soundtracks te storten. Daarmee bleek hij bijzonder succesvol en hij kreeg talloze onderscheidingen met films als National Treasure, Armageddon, Con Air en Bad Boys II.

Na het instrumentale vijfde soloalbum Jacaranda in 2012 komt Rabin weer volop in de muzikale belangstelling als hij van 2016 tot in 2018 met Jon Anderson en Rick Wakeman een kleine twee jaar op wereldtournee gaat. Vijf jaar later in 2023 komt Rabin met Rio, een verbluffend goed en veelzijdig studioalbum. Ik vond de begenadigde componist en muzikant bereid om een interview te geven.

Hi Trevor! Allereerst gefeliciteerd met Rio, een geweldig gevarieerd en puik album! Ik zou graag even iets van je achtergrond willen weten. Is het juist dat jouw familie oorspronkelijk uit Litouwen komt?

“Correct. Mijn grootvader emigreerde van Litouwen naar Zuid-Afrika om aan het opkomende antisemitisme te ontsnappen. Mijn vader was joods maar totaal niet religieus; mijn moeder had Iers-katholieke ouders. Ik herinner me mijn grootmoeder van moeders kant nog, een royaliste nota bene en een heel pittig vrouwtje dat elke avond een pint Guinness dronk!”

Vanwaar al die verschillende muziekstijlen op Rio?

“Zowel klassieke muziek, heavy rock als prog zit in mijn DNA. Met Rio wil ik laten horen waar ik muzikaal sta en ik heb me daarbij geen beperkingen opgelegd. De uitdaging was om al die verschillende stijlen en invloeden te binden tot een samenhangend geheel.”

Jouw stem klinkt als die van een jonge vent. Om jaloers van te worden!

“Ha, ha, ha, ach weet je, ik heb van jongs af aan al een heldere, luide stem gehad. Bij sessies waarbij ik moest zingen, werd het geluidsniveau van de microfoon teruggedraaid vanwege mijn harde stemgeluid! Ik weet niet of mijn stem door de jaren meer getraind en beter is geworden door optredens, maar in ieder geval zeker krachtiger. Ik kan de hoge noten nog zonder problemen halen.”

Je bent nu al bijna drie decennia componist voor soundtracks. Hoe heb je in al die jaren de techniek op alle instrumenten die je bespeelt op peil weten te houden?

“Dat is een goede vraag! Ik raakte eind jaren negentig betrokken bij de film Remember The Titans (2000), geproduceerd door Jerry Bruckheimer met onder anderen Denzel Washington. Dat is een sportfilm over American football. Vervolgens kreeg ik een verzoek van de NBA (National Basketball Association, MvBF) om een herkenningsmelodie voor de NBA te schrijven. Hoewel ik meer een rugby- en voetbalfan ben, stemde ik toch toe om een poging te wagen. De door mij aangeleverde herkenningsmelodie werd een groot succes en dat transformeerde mij tot een bijna aan basketbal verslaafde fan! Ik keek vrijwel naar alle wedstrijden en tijdens zo’n wedstrijd had ik een gitaar, bas of keyboard op schoot waarop ik de hele wedstrijd zat te spelen. Uiteraard speelde ik ook vaak zelf mee bij de opnamen van soundtracks.

In 2011 maakte ik me wat ongerust, want bij de voorbereidingen voor Jacaranda ontdekte ik dat ik aan de bak moest om mijn spel op het vereiste niveau te krijgen. Nadien, terwijl ik werkte aan de soundtracks, zette ik vaak in de pauze Jacaranda op en dan probeerde ik gewoon mee te spelen om mijn vingervlugheid op peil te houden. Tussen de bedrijven door werkte ik vooral de laatste jaren aan nieuwe composities die uiteindelijk resulteerden in het album Rio.”    

Bij Talk, het laatste album dat je met Yes hebt opgenomen, gebruikte je een voor die tijd revolutionaire technologie. Wat voor technische hulpmiddelen heb je voor Rio ingezet?

“Grappig dat je dat vraagt! Ik ben erg gehecht geraakt aan die non-lineaire opnametechniek en in feite gebruik ik nog steeds dezelfde techniek, alleen wel een verbeterde versie. Ik heb daarbij de lat hoog gelegd, want alle instrumenten en zangpartijen die je hoort heb ik zelf ingespeeld en gezongen, dus geen technologische snufjes om een valse stem bij te stellen. Dat vind ik echt te gemakzuchtig. Dan deed ik zo’n opname opnieuw, net zolang tot het voor mij perfect klonk. Ik vind dat mensen die hun tijd besteden om naar mijn muziek te luisteren het recht hebben op het beste geluid. Die software gebruik ik dus uitsluitend om een bijgeluidje weg te werken, wat cleaning up om zo te zeggen. Totaal anders dan bij soundtracks, want daarbij speelt tijdsdruk een belangrijke rol en moet je dus snel zijn. Daarvoor gebruik ik de trukendoos en MIDI wél. Die tijdsdruk was er voor Rio niet vandaar die meer old school benadering. Als ik nu terugkijk ben ik ook geschrokken van die lange periode tussen Jacaranda en Rio. De tijd is met al die soundtracks voorbij gevlogen en die periode voelt totaal niet als dertig jaar. Voor het volgende album wil ik niet zo veel tijd nemen. In feite ben ik al bezig met een volgend album en dat hoop ik na zo’n anderhalf jaar te kunnen presenteren!”

Evenals als Paul McCartney bespeelde je de meeste instrumenten zelf met slechts wat hulp van enkele muzikale vrienden. Is dat een bewuste keuze?

“Met name voor de drumpartijen heb ik ervoor gekozen om die uit te besteden. Met Lou Molino heb ik al heel vaak samengewerkt, dus dat was een logische keuze en voor het nummer Push wist ik gewoon dat ik Vinnie Colaiuta moest vragen. Hij speelde ook op twee nummers van Jacaranda en hij overdonderde mij compleet met zijn spel. Gedurende de covidpandemie stuurde hij me twee of drie takes voor Push, waarna hij vroeg of er nog aanpassingen nodig waren. Zijn bijdragen waren echter zo verbluffend goed dat het enige wat ik kon zeggen was: Vinnie je bent klaar, kan niet beter!”

Enkele jaren geleden deed het gerucht de ronde dat er een nieuw album zou uitkomen van jou, Jon Anderson en Rick Wakeman. Sommige tracks op Rio zouden perfect geweest zijn voor zo’n album! Waarom is dat nooit gebeurd?

“Ik had zowel Jon als Rick al heel lang niet meer gezien en toen kwam de introductie van Yes in de Hall of Fame in 2017 (met Steve Howe op de Rickenbacker bas, MvBF). Dat bracht ons weer bij elkaar. We hebben toen afgesproken dat het wellicht mooi zou zijn om een stuk of zes shows te doen, want ik had nogal wat verplichtingen richting de filmindustrie. Die heb ik uiteindelijk allemaal moeten afzeggen wat die zes shows werden er zo’n tweehonderd! We zeiden steeds tegen elkaar dat we eigenlijk weer eens wat moesten opnemen, maar ja, vervolgens vlogen we dan een week later naar Italië! Al met al kwam het er spijtig genoeg niet van, maar inderdaad zouden diverse tracks heel geschikt zijn geweest. Overigens hebben Rick en ik nog steeds wel de intentie om samen een album op te nemen met alleen piano en klassieke gitaar. Dat plan is nog niet van de baan.”

Is het nieuwe album genoemd naar jouw kleindochter?

“Nee, het ligt iets anders. Mijn vrouw en ik brachten begin 1985 wat tijd door in Rio en ik speelde daar met Yes voor zo’n 500.000 super-enthousiaste mensen. Dat was het grootste aantal toeschouwers waarvoor ik ooit heb opgetreden, onuitwisbare herinneringen dus. Later dat jaar werd onze zoon Ryan geboren en die heeft nadien uiteraard die verhalen ook gehoord en hij heeft vervolgens zijn dochter Rio genoemd…”  

In het perscommuniqué staat dat je op het laatst dag en nacht aan Rio hebt gewerkt, maar de eerste pogingen dateren toch al van zo’n tien jaar geleden?

“Na Jacaranda was ik echt van plan om een album met zang op te nemen, ook omdat Can’t Look Away nog veel langer geleden was. Ik had een idee in mijn hoofd over die bomexplosie in Oklahoma in 1995, maar het leek mij toentertijd zo vlak na het gebeuren erg ongepast om zo’n nummer op de plaat te zetten. Mensen zouden zich mogelijk kunnen storen aan het commerciële aspect, terwijl hun familie door die explosie was gedecimeerd. Dat was natuurlijk niet mijn bedoeling, dus bleef dat nummer op de plank liggen. Vervolgens ging ik naar andere genres luisteren waarin onder andere de dobro wordt gebruikt. Toen ontstond het plan om te proberen diverse genres te verenigen op één album maar op basis van mijn voorliefde voor progrock. Terwijl componeren nogal wat tijd kost, zijn het vooral de teksten die voor mij honderd procent goed moeten zijn, dus ook daarin gaat veel tijd zitten en het mixen is en blijft voor mij de grootste klus.”

Zou je iets kunnen vertellen over de achtergronden van de diverse songs op Rio?

“Natuurlijk! Big Mistakes gaat over de periode van de late tienertijd tot begin twintig met alle waanzinnige dingen die ik toen heb gedaan en dat ik er desondanks toch nog ben! Push gaat over corruptie en autoritaire regimes die helaas steeds talrijker worden. Het nummer is enigszins politiek getint. Ik hou er eigenlijk niet van om politieke boodschappen te prediken, maar op een subtiele wijze een kritisch geluid laten horen leek me wel gepast. Over Oklahoma hebben we het al gehad; ik vond dat nu, zoveel jaren later, geen onderwerp meer om op de plaat te zetten. Egoli (Zoeloe voor Johannesburg, MvBF), gaat over de stad van goud. Toen ik Nelson Mandela ontmoette was ik onvoorstelbaar onder de indruk; ik voelde me een soort groupie! Wat een uitstraling had die man! Helaas, toen hij overleed, kwamen er opvolgers die, net als elders in de wereld, weer meer ten prooi vielen aan dictatoriaal gedrag en corruptie en dat vind ik best een beangstigende ontwikkeling en tot mijn grote zorg niet alleen in Zuid-Afrika. Thandi is genoemd naar een bekende neushoorn. Dit is een aanklacht tegen stropers die al deze dieren vermoorden uit winstbejag om de hoorns in China te verkopen, waar ze er medicinaal poeder van maken. Paradise is een wat naïeve song die vertelt hoe mooi de wereld ooit was en hoe zaken als klimaatverandering ervoor zorgen dat het paradijs ons zal verlaten. These Tears handelt over een vergiftigde relatie met een jonge vrouw, waarvan je voelt dat je haar beter vaarwel kunt zeggen maar dat je niet de macht hebt om dat daadwerkelijk te doen. Een soort verslaving dus.”

Waar gaat Toxic over en hoe kwam je op die prachtige samenzang in Tumbleweed, die mij heel erg aan de Zweedse band Moon Safari deed denken, een band die in de progwereld een kruising tussen Yes en de Beach Boys wordt genoemd?

“Werkelijk? Nee, die band ken ik niet maar ik ga er zeker naar luisteren! De bedoeling was om met zes zangstemmen jazzakkoorden te maken. Aan het einde speel ik diezelfde akkoorden op gitaar, dus voor mij was dat een heel prettige song om op te nemen! Toxic gaat over een verstikkende problematische relatie. Ik wilde in elk geval één nummer op de plaat met een heerlijke gitaarsolo. Ik heb er heel veel ingespeeld omdat ik telkens dacht dat de solo nog beter kon, maar uiteindelijk is het toch de allereerste geworden. Wat een tijdverspilling, ha, ha!”

Ik kan me voorstellen dat het componeren van een soundtrack totaal anders is dan het schrijven van een song. Kun je daar wat over zeggen?

“Inderdaad, een totaal andere wereld. Terwijl je bij een song hart en ziel in de compositie legt en tracht de energie en de lading mee te geven die de song verdient, is bij filmmuziek vooral de tijd een limiterende factor. Als een man als Jerry Bruckheimer me vertelt dat de muziek morgen om middernacht klaar moet zijn en ik zou reageren met ‘wat dacht je van twee weken’ dan zou hij zeggen: prima, maar dan zoek ik wel een ander! Dus je moet jezelf echt dwingen om uitermate gedisciplineerd te werken: elk dagdeel een blanco vel dat gevuld moet worden met muziek die exact bij de beelden moet passen en bovendien op eendertigste seconde nauwkeurig! Filmmuziek gaat ook alle kanten op, afhankelijk van de scène. Soms duurt die twee minuten, dan weer acht seconden, dan alleen bijvoorbeeld een banjo en dan weer een stuk met orkest. De eerste stap is altijd het script. Als dat me aanstaat – en soms ook het type producer – volgt stap twee en dat is kijken naar de ruwe film om die op me te laten inwerken. Dan probeer ik thema’s zodanig te componeren dat ze passen bij de diverse karakters in de film. Daarbij probeer ik ook rekening te houden met het feit dat men er vaak fragmenten wil uithalen, waardoor ik de muziek ook weer moet aanpassen. Door hen direct te laten luisteren naar de muziek probeer ik die neiging om zaken aan te passen zo gering mogelijk te houden, maar het is en blijft een zeer arbeidsintensieve klus. Daarbij moet ook de emotie in de muziek nauw aansluiten bij de sfeer van de het filmfragment.”

Hoe heb je die kennis verworven om te orkestreren?

“Ik heb geluk gehad dat mijn vader, met wie ik een heel innige band had, mij heeft weten te overtuigen dat ik ook moest leren orkestreren. Toen ik een jaar of zeventien was, wilde ik eigenlijk dirigent worden. Iedere dag deed ik allerlei sessies, zoals jazz, country, radioreclame of popmuziek tot mijn vader vroeg of ik bij hem op kantoor wilde komen. Hij wist dat ik lessen volgde bij wijlen de briljante professor Walter Mony aan de universiteit van Johannesburg om bij hem dirigeren, arrangeren en orkestreren te leren. Mijn pa zei dat ik me moest concentreren op de gitaar, een beetje op de toetsen en een beetje bas. Ga vooral door met deze studie en belangrijker: gebruik die kennis in je sessiewerk, zei hij. Dus ik heb zijn advies opgevolgd en die kennis ook daadwerkelijk  geïmplementeerd in mijn sessiewerk in Zuid-Afrika en ik had er lol in om ook orkestrale arrangementen te schrijven. Als je echt dirigent wilt worden, moet je een enorm breed repertoire beheersen en heel veel symfonieën en concerten kennen. Ik realiseerde me dat het me pas in vijftig levens zou lukken om dat vak te beheersen, zoals bijvoorbeeld Leonard Bernstein dat kon. Wist je trouwens dat mijn pa meegespeeld heeft op platen van Rabbitt? Ik schreef wat arrangementen en hij speelde die nadat hij ze eenmaal gelezen had foutloos na. Onvoorstelbaar! Toentertijd speelde bijna alle Zuid-Afrikaanse bands covers en wij als Rabbitt in het begin ook. Ik was toen ook nogal gecharmeerd van de muziek van Focus. Wat later zijn we voornamelijk eigen werk gaan spelen.  Totdat we echt succes hadden wilde niemand ons boeken, want dat was toen een nieuw fenomeen. Afijn, al die opgedane kennis heb ik later een klein beetje bij Yes gebruikt, maar het kwam mij pas echt goed van pas toen ik filmmuziek ging schrijven.”   

Als je nu terugkijkt op je muzikale leven en ik noem Rabbitt, soloalbums, Yes, soundtracks of ARW, welke meest dierbare herinneringen komen dan boven drijven?

“Zonder dat ik afbreuk wil doen aan alle andere bezigheden waaraan ik ook met hart en ziel gewerkt heb, moet ik toch als absolute nummer een de vriendschap, kameraadschap en het enorme speelplezier met Chris Squire noemen. Ook met Rick Wakeman en Alan White (Yes) was het fantastisch werken. Chris en Alan waren samen een niet te stoppen tandem. Chris was echt heel geestig! Niemand heeft mij in mijn leven zo hard laten lachen als hij! Rick kon er natuurlijk ook wat van; hij is een echte entertainer. Ik herinner me een show waarbij we voor iets meer dan 3500 mensen optraden en ineens viel de stroom uit. Rick kwam onmiddellijk naar voren, liet iedereen zitten en begon de ene mop na de andere te tappen. Toen na een minuut of zeven de stroomvoorziening hersteld was en wij weer wilden gaan spelen zei Rick doodleuk: ho effe, ik ben nog niet klaar!”

Je woont al zo’n 35 jaar in de Verenigde Staten. Ga je nog geregeld naar Zuid-Afrika?

“Ik moet eerlijk toegeven dat ik er al een tijd niet meer geweest ben. Mijn beide ouders zijn overleden, mijn zus woonde hier in de buurt, maar is recentelijk verhuisd naar Colorado dus die ik zie haar nu wat minder frequent. Alleen mijn broer woont nog in Zuid-Afrika. Mijn laatste bezoek was in 2016, toen mijn zoon trouwde tijdens een safari.”

De invloeden van Zuid-Afrika zijn ook op dit album zowel tekstueel als muzikaal duidelijk herkenbaar!

“Klopt! Dat zal wel nooit meer veranderen. In de tijd dat ik veel sessiewerk deed en ook ging produceren, werkte ik heel veel met conga- en jivebands en dat vond ik hartstikke leuk om te doen. Ik werkte toen ook heel vaak met de geweldige zangeres Margaret Singana, die helaas ook al niet meer onder ons is. Op een keer werd ik ongelooflijk in verlegenheid gebracht. Je moet weten dat mijn oom de advocaat was van Nelson Mandela en onze hele familie is altijd anti-apartheid geweest. Op zeker moment deed ik een sessie met Margaret en ik stelde voor om met het team te gaan lunchen en opeens vroeg iemand: ‘Hé, waar is Margaret?’ en toen realiseerde ik me pas dat zij dat restaurant niet in mocht omdat ze een donkere huidskleur heeft. Ik was zo verbouwereerd en ik schaamde me zo diep dat ik vanaf dat moment nooit meer een dergelijk restaurant heb bezocht als ik met Margaret of andere donkere muzikanten werkte. Hoewel Rabbitt best succesvol was geworden, kon ik er niet goed meer mee omgaan. Ken je de film Cry Freedom met Donald Woods (1987)? Dat is ook een oom van mij van moeders kant. Voordat hij overleed bezocht hij eens een Yes-show in Wembley. Die man heeft ook talloze verschrikkingen moeten meemaken en ik voelde mij best schuldig dat ik door Zuid-Afrika te verlaten al die ellende aan mij voorbij heb laten gaan, omdat ik voor een ander leven heb gekozen en de mogelijkheid had om te kúnnen kiezen.”

Op de speciale editie van Rio staan drie bonustracks. Kun je daar iets over vertellen?

Fragile is afkomstig van een melodie die ik in 2015 schreef voor de televisieserie Agent X met Sharon Stone. Ik heb daar wat aan gesleuteld en het werd uiteindelijk de enige song die ik samen met Jon Anderson en Rick Wakeman heb opgenomen. Spek & Polly is geïnspireerd op de bijnamen voor mijn ouders en Georgia was feitelijk een vingeroefening om mijn gitaarspel op niveau te houden.”

Is het waar dat je de peetvader bent van Jesse, de zoon van Alan White? Zo ja, telt dat peetvaderschap daadwerkelijk nog iets voor nu Jesse allang volwassen is?

“Dat is juist. Ik was recentelijk nog aanwezig op zijn bruiloft maar verder hebben we niet vaak contact, ook omdat hij nu in Colorado woont. Bizar hoe veel hij op zijn vader lijkt trouwens. Wel weet ik dat hij iedereen vertelt dat ik zijn peetvader ben, dus ik heb toch nog een functie in dat peetvaderschap!”

Je speelde ook op het Alan White Memorial Concert op 2 oktober 2022.

“Ja, dat wel maar het had niet veel gescheeld of ik was er niet bij geweest. Ik had een longontsteking, kon amper praten en ik voelde me bagger en niet in staat om goed te spelen. Mijn vrouw zei  dat ik moest gaan, omdat ik dat aan Alan verschuldigd was. Dus we zijn gegaan, ik slikte wat pillen in de hoop me daar iets beter door te voelen, maar ze hielpen niets dus het was voor mij een kwelling. Achteraf ben ik desondanks toch blij dat we gegaan zijn.”

Ben je nog van plan om Rio live te gaan brengen?

“Daar zeg je zo wat! Het voelt voor mij alweer tamelijk lang geleden dat ik Rio heb opgenomen, maar we gaan op korte termijn praten over een mogelijke tournee. Naast het schrijven van muziek en het opnemen heb ik live spelen altijd fantastisch gevonden, dus ik zou dat maar wat graag doen. Uiteraard songs van Rio maar zeker ook van andere albums.”

Op Wolf heb je met Manfred Mann, Simon Phillips en Chris Thompson gewerkt. Heb je, nadat je naar Los Angeles was verhuisd, nog contact met hen gehad?

Manfred Mann heeft enkele keren bij mij gelogeerd; een heel aardige kerel met veel humor. Hij wilde eerst mijn aanbod om te komen logeren afslaan en hij vergeleek zijn logeren met een vis: naarmate die langer ligt gaat-ie stinken. Dus toen hij kwam was het eerste wat hij vroeg of ik de vis al klaar had liggen! Ik heb helaas nooit met Simon Phillips live gespeeld, maar wat een geweldige drummer is hij en hij is nog steeds actief! De laatste keer dat ik hem sprak was bij Steve Lukather, een goede vriend van me die toen zijn vijftigste verjaardag vierde, dus dat is al best lang geleden. Chris Thompson heb ik ook al heel lang niet meer gezien, maar wat een stem had die man! Overigens, een aardige anekdote is het  avontuurtje dat ik met wijlen bassist Jack Bruce (ex-Cream) had. Ook een heel geestige man en een echte Schot. We waren bezig met de opnamen voor Wolf in de Konk Studio van Ray Davies (The Kinks) en we besloten om aan de overkant in de pub een biertje te drinken. Zo tussen neus en lippen vroeg ik Jack of hij nog wel eens contact heeft met gitarist Eric Clapton. Dat was niet het geval, waarop ik hem zei dat ik had gehoord dat drummer Ginger Baker tegenwoordig nuchter is. Ik verwachtte dat hij met een mooi verhaal zou komen, maar in plaats daarvan reageerde Jack geagiteerd met de woorden ‘that’s when he is the most fucking dangerous, ha, ha, ha! Later hoorde ik dat Ginger naar Zuid-Afrika verhuisd was mede om polo te kunnen spelen. Ik kwam dan mensen tegen die me vroegen of ik Ginger kende, hetgeen ik ontkennend moest beantwoorden. Ze vertelden me geregeld dat hij een ‘boze man’ is.”

Ondanks je drukke werkzaamheden heb je  dus toch nog tijd om met een collega en vriend als Steve Lukather om te gaan?

“Te weinig eigenlijk. Wel zijn we recentelijk nog uit eten geweest samen met producer Kevin Shirley en Joe Bonamassa. Joe benaderde mij of ik voor zijn show in The Hollywood Bowl (9 augustus 2023, MvBF) een aantal nummers wilde arrangeren voor orkest. Heel aardige vent trouwens en hoewel ik eigenlijk maar tijd had voor een enkel nummer zijn het er uiteindelijk toch nog twee geworden.”

Op jouw persoonlijke facebookpagina staat een mooie foto van een hond, ik meen een Duitse herder?

“Ik ben een absolute hondenfreak en dit was onze dierbare hond Charlie, genoemd naar de eerste hitsingle van Rabbitt. Deze dierbare viervoeter, die vrijwel altijd bij mij in bed sliep,  hebben we tien jaar gehad. Zo’n vijf maanden geleden moesten we haar laten inslapen vanwege een verlamming van de achterpoten. Ik heb nog overwogen om haar te laten leven met zo’n karretje op wielen, maar uiteindelijk heb ik in overleg met de dierenarts besloten om dat niet te doen. Dat zou niet de kwaliteit van leven zijn geweest die we voor haar wensten. Ik mis Charlie nog elke dag!”

Hoe heb je periode van de lockdown doorstaan?

“Dat is een apart verhaal. De tournee met Anderson, Rabin & Wakeman (ARW) was net ten einde toen de lockdown kwam. De Finse producer Reny Harlin, met wie ik al eerder enkele films had gedaan, benaderde mij. Hij had vanwege het feit dat ik niet beschikbaar was iemand anders gevraagd om muziek voor een film te maken, maar hij was daarmee niet content en vroeg of ik het wilde doen. Hij kreeg me zover dat ik het ging doen, maar ik kon niet met een orkest werken en ook geen partijen uitschrijven voor de verschillende instrumenten. Ik moest het allemaal met synthesizers doen. Normaliter lopen er tal van mensen rond, zoals de producer, de editor en mijn assistent, maar nu moest ik alles alleen doen en communiceren via internet. Die film, The Misfits, was de vreemdste film  waarvoor ik ooit muziek heb geschreven!”

Heb je ooit overwogen om van al jouw filmscores een show op het podium te brengen, zoals Hans Zimmer heeft gedaan?

“Tja…o, zo vaak! Larry Magid, promotor voor ARW heeft mij erop aangesproken en iemand uit Dubai informeerde naar de mogelijkheden, maar het is er weer eens niet van gekomen. Ik realiseer me dat de tijd dringt en dat ik niet kan blijven doorgaan met te zeggen dat het wel een keer zal gebeuren. Maar  als het ooit zover komt, zou ik zeker niet alleen filmmuziek brengen maar ook materiaal van Yes en van mijn soloalbums!”

Bedankt voor de tijd die je hebt genomen voor dit interview!

“Graag gedaan! En..eh, mocht het komen tot een optreden in Nederland dan nodig ik je graag uit om backstage te komen en een biertje met me te drinken!”

Discografie:

Solo:

Trevor Rabin (1978), Face To Face (1979), Wolf (1980), Can’t Look Away (1989), Live In LA (2003), 90124 (2004), Jacaranda (2012), Rio (2023).

Met Yes:

90125 (1983), 9012Live The Solos (1985), Big Generator (1987), Union (1991), Talk (1994).

Met Jon Anderson & Rck Wakeman (AWR):

Live At The Apollo (2018).