MENNO VON BRUCKEN FOCK

The Liberty Project

EDWARD REEKERS: THE  LIBERTY PROJECT
maandag, juni 12, 2023
REEKERS, EDWARD, 2023 (NL)

“Dit project is in alle facetten het mooiste dat ik in mijn leven heb meegemaakt”

(tekst Menno von Brucken Fock, eindredactie Peter Willemsen)

Edward Reekers werd in 1957 geboren in Hengelo. Al vanaf de middelbare schooltijd is hij met muziek bezig en speelt hij toetsen, gitaar en drums. Hij zingt en speelt in diverse bands zowel eigen composities als covers. Als fan van onder meer Yes en Kayak besluit Edward – dankzij het aandringen van een vriend – te reageren op een advertentie van Kayak in Melody Maker en tot zijn niet geringe verbazing wordt hij aangenomen. Kort daarna mag hij delen in het succes van Ruthless Queen dat een wereldhit wordt. Nog tijdens zijn carrière bij Kayak neemt Reekers in 1980 The Last Forest op, zijn eerste soloalbum. Als Kayak in 1982 stopt volgt een tweede leven als achtergrondzanger voor tal van artiesten om vervolgens terecht te komen bij nasynchronisatieprojecten, zoals De Leeuwenkoning II. Hij gaat zich ook bekwamen in het regisseren.

In 1993 verschijnt zijn tweede soloproject Stages met een belangrijke rol voor gitarist Bert Meulendijk. In zijn tweede periode bij Kayak vanaf 2005 leert hij Syb van der Ploeg, de zanger van De Kast, kennen. Hij vraagt Edward om mee te werken aan een serie concerten onder de naam Motel Westcoast met als karakteristiek heerlijke pop- en rocksongs met meerstemmige zang. Deze succesvolle concertreeks vindt vanaf 2007 bijna elke twee jaar plaats en ook dit jaar trekken de concerten weer veel publiek!

In 2008 verschijnt Edwards derde soloalbum Child Of The Water. De samenwerking met Syb van der Ploeg wordt uitgebreid met de concertreeks Best Of Britain vanaf 2012. Als Reekers samen met Cindy Oudshoorn bij Kayak vertrekt en die bezetting eind 2014 wordt opgeheven, gaat een aantal voormalige bandleden van Kayak, onder wie gitarist Joost Vergoossen, bassist Jan van Olffen, gitarist Rob Winter, Cindy Oudshoorn en Edward, het land door met Symfo Classics, met een wisselende setlist van symfokrakers. Deze formule oogst veel succes, maar desalniettemin trekt Edward zich in 2019 terug uit het project. Alsof dat alles nog niet genoeg is, verzorgt hij ook nog huiskamerconcerten en staat hij dit jaar weer met collega’s als Harry Sacksioni op het podium, onder meer in het kader van The Beatles versus The Stones Battle. Naar aanleiding van het prettige telefoongesprek dat ik met Edward had vanwege zijn bijdrage aan de Kayak-special, was mij al bekend dat hij bezig was met een project dat vervolgens zou uitgroeien tot het zojuist verschenen album The Liberty Project. In Soest, bij de familie Reekers thuis, kon ik Edward bevragen over de hoed en de rand van zijn lange, gevarieerde carrière maar met name over zijn soloprojecten.

Edward, je eerste soloalbum The Last Forest dateert uit 1980. Zou je wat willen vertellen over de totstandkoming van dat album?

“Zeker. Kayak had met Ruthless Queen net internationaal succes gehad, dus het lag bij onze manager en platenmaatschappij CNR voor de hand om mij een soloalbum te laten opnemen. Ik zocht de hulp voor The Last Forest dicht bij huis met gitarist Johan Slager, die ook bas speelde, en met zanger-drummer Max Werner die een soort studio aan huis had met een 8-sporenrecorder. Hij nam natuurlijk ook het slagwerk voor zijn rekening. Ik deed zelf het zangwerk en de toetsen. In die tijd waren Max en ik goed bevriend. Als we op tournee waren, sliep ik eigenlijk altijd bij hem thuis in Houten; de logeerkamer werd toen zelfs Edwards kamer genoemd! Afijn, we maakten gedrieën demo’s en kwamen terecht in de Farmyard Studio van drummer Trevor Morais van The Peddlers, een ongelooflijk zachtaardige man trouwens. In Blaricum deden we nog wat overdubs in de Soundpush Studio aldaar en met nog een enkel strijkarrangement was dat album klaar. The Last Forest kreeg een geweldige recensie in Muziekkrant OOR. Ik zou mijn gewicht in goud waard zijn en meer van dat soort positieve omschrijvingen, maar de plaat verkocht voor geen meter.”

En wat ben je na dat album gaan doen?

“Na een intensieve periode bij Kayak kwam ik via zangeres Jody Pijper terecht in het circuit van achtergrondvocalisten en dat was op zich best leuk en ik kon er goed van leven! Bij The Commandments, een project van Tom Parker, kon ik mijn capaciteiten als solozanger weer benutten. Daardoor stond ik weer wat meer in de belangstelling en men vroeg mij of het niet eens tijd werd om een nieuw album uit te brengen. Ik denk dat ik mijn creatieve uitbarstingen opspaar of zo, maar zelf was ik er toen ook aan toe. Ik had eigenlijk geen budget, maar wel een aantal liedjes en dankzij de medewerking van de Wisseloord Studio’s in Hilversum is zo het album Stages tot stand gekomen. Ik kon toen voor mijn demo’s al gebruik maken van Steinberg-software die toen net uit was.”

Vervolgens duurde het nog eens vijftien jaar voordat je Child Of The Water opnam. Hoe kwam je op het idee om opnieuw een soloalbum uit te brengen?

“Bij Child Of The Water voelde het eigenlijk precies zo. Ik had een aantal songs geschreven, weliswaar niet genoeg voor een heel album, maar ik had het gevoel dat er iets moest gebeuren. Echter… ik stond toen niet bepaald in het middelpunt van de belangstelling en ik had totaal geen mogelijkheid om het maken van een album te financieren. In tegenstelling tot vorige albums heb ik toen zelf het initiatief genomen om Jan en alleman te vertellen dat ik een soloplaat ging maken. Uiteindelijk kreeg ik een toezegging van iemand die zei dat hij mijn plaat wel wilde uitbrengen. Dat was dus al geregeld, maar nu het budget nog. Ik zat destijds bij een soort fitnessclubje met vrienden en op zeker moment zegt een van die vrienden: ‘Joh, ik zou daarbij wel betrokken willen worden’. Ik lachte het weg, omdat ik dacht dat hij een grapje maakte, maar hij kwam erop terug. Hij zei dat hij graag dat proces van A tot Z zou willen meemaken en hij vroeg me of ik een idee had van de kosten. Aangezien ik ook her en der wat strijkers wilde inzetten, rekende ik hem voor dat ik met € 25.000 een eind zou komen. Tot mijn stomme verbazing zei hij: ‘Goed, ga je gang maar!’ Zo is dat album tot stand gekomen. Ik had daarvoor de beschikking over een ‘Mac’ en het Cubase-programma (software voor digitale MIDI- en audio-sequencing, MvBF) met allerlei plug-ins.”

En nu kom je met deze indrukwekkende rockopera. Welke rol heeft de covidcrisis gespeeld in je werkzame leven en bij het idee om iets dergelijks als onderwerp van The Liberty Project te kiezen?

“Ik herinner me nog goed dat we een theatershow in Zutphen zouden doen en toen kwam er ineens een toespraak van minister-president Rutte en was alles van de een op de andere dag afgelopen. In Zutphen had men bij de catering op 150 mensen gerekend en men smeekte ons te blijven eten, want dan hoefden ze maar de helft weg te gooien. Optreden was van de een op de andere dag afgelopen. Het eerste jaar konden we ons nog wel redden. Ik kon wat dingetjes op afstand doen en mijn vrouw heeft een bedrijfje dat zich bezighoudt met de niet-medische aspecten van de verzorging van ouderen, dus dat lukte financieel nog net. In het tweede jaar raakte ik behoorlijk depressief en was ik ervan overtuigd dat het niet meer goed zou komen, want áls het al mogelijk zou zijn dat we weer zouden kunnen spelen dan zouden waarschijnlijk alle theaters failliet zijn, dus ik zag het helemaal niet meer zitten. Op zeker moment dacht ik: ik ga songs schrijven, want ik heb toch niets anders te doen, maar er kwam niets uit mijn handen. Ik had wel een leuk themaatje maar dat was het dan. Toen ik dat themaatje speelde zei mijn dochter Melody : ‘Goh pap, dat klinkt leuk, kun je daar niet wat bij verzinnen?’ Dat thema zou uiteindelijk The Clash Of Beliefs worden. Dat was tevens de ommekeer want vervolgens kwam er een tsunami aan ideeën. Mijn uitgangspunt was dat ik nergens rekening mee wilde houden. Ik wilde gewoon nummers componeren die ik zelf leuk vind. De ene song na de andere kwam zo tot stand en zelfs als het nergens toe zou leiden vond ik het ook prima, want ik was in elk geval voor mijn gevoel weer nuttig bezig. Misschien was het na vijftien jaar weer tijd voor een creatieve explosie! Volgens mij heeft John Lennon ooit gezegd dat tekstregels in de lucht hangen en het enige wat je hoeft te doen, is ze pakken en zo ging het ook. Ik had elke dag wel een idee of een paar tekstregels en het project werd almaar groter. Zo ging het maanden achtereen en ik raakte er van bezeten. Naarmate er meer songs hun definitieve vorm kregen, vatte ik ook het plan op van die parallelle wereld met daarin verschillende bevolkingsgroepen die ‘aan het woord’ komen. Enerzijds vond ik het wel wat beangstigend dat ik niet elke song zelf wilde zingen, maar anderzijds leek het me ook een interessante ontwikkeling.

Inmiddels had ik tijdens de Progprom Show in Poppodium De Boerderij in Zoetermeer gitarist Mark Bogert leren kennen en dat klikte meteen. Op zeker moment belde hij me op en vertelde me dat ie gehoord had dat ik demo’s aan het maken was. Hij vroeg of daar geen gitaar bij hoorde. Ik vertelde hem dat het nog om demo’s ging en dat ik geen budget had maar dat er uiteindelijk -uiteraard-  gitaren bij zouden horen. Hij smeekte me om die demo’s op te sturen, want ook hij kon niet optreden, hij kon geen les geven en vertende dat ie louter uit verveling maar met lego aan het spelen was. Dus stuurde ik enkele demo’s op en ik kreeg direct een versie retour met wel acht verschillende gitaarpartijen met als commentaar: ‘Kijk maar wat je kunt gebruiken en gooi de rest maar weg. Wanneer komt de volgende demo?’ Zo heeft Mark al mijn demo’s, die toch al behoorlijk gedetailleerd waren uitgewerkt, van gitaarpartijen voorzien en hoe: man wat een wereldgitarist, ik heb gewoon zitten janken! Daardoor gingen alle songs nog veel meer leven, want nu begon het op een heuse band te lijken! Toen ik voor mijn gevoel klaar was liet ik die demo’s aan wat mensen horen, onder wie Harry Sacksioni en iedereen zei dat ik er echt iets mee moest doen. Dus belde ik Joost van den Broek en die reageerde meteen enthousiast nadat hij de demo’s had gehoord. ‘En wanneer gaan we opnemen?’, vroeg hij. Dankzij financiële ondersteuning van een vriend en geld uit eigen middelen zijn we gaan opnemen. Het was een droom die uitkwam!”

Was er technisch een groot verschil tussen dit project en de vorige soloprojecten?

“Ik had voor de demo’s de beschikking over Cubase waar ik inmiddels redelijk vertrouwd mee ben, maar ik kreeg veel hulp van mijn zoon Trevor die alle achthonderd pagina’s van de handleiding had doorgelezen. Het was een heel arbeidsintensief proces. Zo heb ik bijvoorbeeld al mijn toetsen- en zangpartijen stuk voor stuk op een harde schijf gezet, waarmee ik uiteindelijk naar Joost ben gegaan. Daarmee ben ik zes volle dagen bezig geweest! Mark Bogert had ik al als gitarist en verder ben ik gaan zoeken naar andere collega’s met wie ik wel een klik heb. Uiteindelijk heb ik met een ongelooflijk stel prettige mensen gewerkt. Ik denk niet dat ik dit ooit nog eens zal meemaken! Ik voelde me de verbindende factor van een grote groep muzikanten die nog nooit samen op een album hebben gespeeld.”

Hoe ben je uiteindelijk bij Mascot Records terechtgekomen?

“Nadat alle nummers waren opgenomen zei Joost dat er eigenlijk maar twee platenmaatschappijen waren die voor het uitbrengen van de cd in aanmerking kwamen, namelijk Inside Out en Mascot. Ik heb vervolgens Arie Verstegen (hoofd programmering van Poppodium Boerderij in Zoetermeer, MvBF) benaderd en die heeft me in contact gebracht met Mascot. Arie heeft me met raad en daad bijgestaan en hij heeft er ook voor gezorgd dat Steve Hackett een prachtige solo heeft ingespeeld. Hij bracht me in contact met Ed van Zijl (eigenaar Mascot, MvBF) en die wilde tot mijn verbazing slechts een handvol stukken beluisteren om te bepalen of het wat voor Mascot zou zijn. Ik stuurde hem zeven van de zeventien nummers en binnen een uur had ik een e-mail van Ed in mijn mailbox en ik dacht direct dat het niks zou worden. Het tegendeel was waar! Ik kreeg een enthousiaste reactie en binnen enkele uren was alles beklonken! Ik ging met het goede nieuws naar Joost en die schreeuwde door de telefoon: ‘Edward, weet jij wel hoe bijzonder dit is?’ Ik kon mijn geluk niet op! Dit project is in alle facetten het mooiste dat ik in mijn leven heb meegemaakt.”

Je maakte als zanger jarenlang deel uit van verschillende bands. Je hebt getoerd en gewerkt met veel artiesten, sessiewerk gedaan, nasynchronisaties, geregisseerd, huiskamerconcerten verzorgd en commercials gemaakt. Op welke van die zaken kijk je nu met het meeste plezier terug en op welke met de meeste voldoening?

“Naast dit project, dat ik zo’n beetje als mijn levenswerk beschouw, heb ik, behalve de noodzakelijke routineklusjes, eigenlijk alles met veel plezier en vol overgave gedaan. Heel bijzonder was het feit dat ik alle Harry Potter-films mocht doen samen met mijn zoon. Trevor was toen elf en werd zonder mijn bemoeienis geselecteerd door de leiding overzee om hoofdrolspeler Harry na te synchroniseren. Dat  was volstrekt uniek om dat gedurende ruim tien jaar te mogen doen. Trevor heeft daar vertaalwerk en nasynchronisatie- opdrachten aan overgehouden en hij maakt daarnaast ook heel beeldende, elektronische muziek. Hij is net vader geworden, dus ik ben sinds kort een trotse opa!”

Je schrijft zulke fraaie teksten en je bent in de filmwereld best belangrijk. Wat voor opleiding heb je eigenlijk genoten?

“Nou, dat stelt niet heel veel voor. Als kind kreeg ik pianoles, maar ik deed nooit wat de leraar vroeg, dus daarmee was ik na een paar jaar wel klaar. Verder heb ik Nederlands en Engels gestudeerd maar daar ben ik na twee jaar mee gestopt, omdat ik toen zanger van Kayak werd. Ik heb later via de LOI MO Engels gedaan en ook bij de LOI nog een opleiding Klank en Notatie. Erg handig als achtergrondzanger, maar dat is het wel, voor het overige ben ik autodidact!”

Levert het opnemen van een album in deze tijd nog wat geld op of hoop je dat je met The Liberty Project liveshows kunt geven?

“Natuurlijk hoop ik liveshows te kunnen geven, uiteraard in een iets aangepaste vorm. Er is al een oriënterend gesprek geweest, maar ik moet eerst afwachten hoe dit album wordt ontvangen. Er is overigens op 4 augustus een cd-presentatie in Poppodium Boerderij, waarbij Damian Wilson als voorprogramma een aantal stukken solo zal doen. Hij, Cindy Oudshoorn, JayCee, Mark Bogert en Koen Herfst zijn er ook bij en verder Bob Wijtsma als tweede gitarist en toetsenman Arjen Mooijer, die ken ik via Motel Westcoast.

Wat de verdiensten betreft: ik ben heel blij dat de lp terug is. Er zijn gelukkig veel liefhebbers die er nog voor kiezen om het echte product in handen te hebben in plaats van te beluisteren via Spotify. Het artwork is werkelijk schitterend dus het echte product is zeker de moeite waard!”

Hoe ben je tot de constructie van verschillende invalshoeken en verhaallijnen gekomen?

“Ik wist al vrij snel dat ik iets rockopera-achtigs wilde maken met meerdere verhaallijnen. De belangrijkste verhaallijn moest zijn dat de geschiedenis zich steeds herhaalt en dat we er telkens niets van leren. Dat alle groeperingen een eigen stem en een eigen klankkleur hebben, levert diversiteit op en gaf me de mogelijkheid ook andere zangstemmen en muziekstijlen te gebruiken.”

Begin je eerst met een melodie, of heb je als uitgangspunt een bepaald onderwerp of een tekst?

“Meestal komt de muziek eerst, vaak alleen toetsen en dan de teksten die ik vrijwel altijd ’s nachts schrijf. Pas daarna ga ik de nummers verder uitwerken en aankleden met koortjes en zo.”

Tijdens jouw lange carrière heb je uiteraard veel contacten opgedaan. Toch zijn er een aantal namen die mij enigszins verbazen. Kun je kort toelichten hoe je bijvoorbeeld op Marcel Jonker bent gekomen?

Marcel Jonker komt uit de musicalwereld, maar hij doet ook veel nasynchronisaties en commercials met zijn prachtige, diepe stem. Het is mogelijk dat je hem kent van de reclame van Lurpak. Mark Omvlee ken je waarschijnlijk ook niet: hem ken ik ook via de nasynchronisaties en hij is een klassiek geschoolde tenor. Pianist Arno Schlijper ken ik via Motel Westcoast en Best Of Britain, net als bassist Johannes Adema overigens. Arno is een zeer begenadigd pianist en toetsenman en ik was superblij dat hij ook wilde meewerken. Met Harry Sacksioni had ik van meet af aan een geweldige klik en we zijn in korte tijd heel goede vrienden geworden. Fantastisch dat hij ook meespeelt, maar bijvoorbeeld ook de strijkers die Joost van den Broek heeft geregeld.”

Heb je bij het componeren al een idee gehad welke stemmen en muzikanten je graag zou willen gebruiken? Waarom heb je, behalve Cindy Oudshoorn, niemand uit jouw vorige leven bij Kayak gekozen?

“Cindy is echt een boezemvriendin en een geweldige zangeres, maar verder is het Kayak-hoofdstuk gesloten. Ik heb nog wel wat contact met Max Werner, incidenteel met Johan Slager en Rob Vunderink maar dat is het wel. De keuze om niet alles zelf te zingen had uiteraard consequenties en ik ben toen gaan zoeken naar geschikte zangstemmen die bij mijn concept van verschillende invalshoeken en muzikale stijlverschillen zouden passen. Als je dan iemand als Damian Wilson bereid vindt om mijn song in te zingen dan is dat jammer van die demo met mijn eigen zang, maar een betere stem dan Damian kun je niet krijgen!”

Melody en Trevor zijn de namen van jouw kinderen. Hebben die namen iets te maken met Melody Maker, jouw toegangspoort tot Kayak en de heren Horn of Rabin van Yes?

“Nee, hoor, absoluut niet. Melody vonden we gewoon een leuke naam en we wilden graag een relatie met muziek. Gelukkig is ze er zelf ook blij mee! Als Trevor al naar iemand vernoemd zou zijn, dan zou het Trevor Morais van The Peddlers zijn.”

Ga je zelf naar theatervoorstellingen of kijk je naar films die je later inspireren?

“Met de ruim tachtig shows die ik jaarlijks geef naast mijn andere werkzaamheden, is mijn agenda best goed gevuld en komt er weinig van theater- of bioscoopbezoek. We zijn wel naar een concert van Procol Harum geweest, ik heb Peter Gabriel een aantal keren gezien en ik ben laatst nog naar een concert van Andy Fairweather Low geweest. Een prima concert overigens, maar dat is het wel zo ongeveer. Mogelijk krijg ik daar nu meer tijd voor en dat zou mooi zijn! Als The Liberty Project werkelijk een succes wordt dan zou ik daarmee dolgraag verder willen, want dit was voor mij een onvergetelijke trip!”

Discografie (solo):

The Last Forest (1980)

Stages (1993)

Child Of The Water (2008)

The Liberty Project (2023)

Met Kayak:

Phantom Of The Night (1978)

Periscope Life (1980)

Merlin (1981)

Nostradamus, The Fate Of Man (2005)

Coming Up For Air (2008)

Letters From Utopia (2009)

Anywhere But Here (2011)

Cleopatra, The Crown Of Isis (2014)

Met Ayreon:

The Final Experiment (1995)

Actual Fantasy (1996)

Into The Electric Castle (1998)

The Universal Migrator: The Dream Sequencer (2000)