MENNO VON BRUCKEN FOCK

FRANK BORNEMANN: The Vision, The Sword And The Pyre 2

FRANK BORNEMANN (ELOY)  - JEANNE D'ARC
zondag, januari 19, 2020
ELOY, 2019 (NL)

De naam van Frank Bornemann (74) is onlosmakelijk verbonden met Eloy, een van de meest toonaangevende Duitse symfonische rockbands van de jaren zeventig. Het overweldigende succes van het album Visionary (2009) deed Bornemann besluiten zijn beoogde solowerk over Jeanne d’Arc toch onder de naam Eloy uit te brengen en hij wilde daarbij vanzelfsprekend zijn vroegere maatjes inschakelen. Het eerste deel van The Vision, The Sword And The Pyre over de heldendaden van deze inmiddels heilig verklaarde jonge vrouw, zag twee jaar geleden het levenslicht. Het tweede deel was gepland voor ongeveer een jaar later. Het liep echter allemaal anders. Terwijl dit album gepland stond voor 16 augustus 2019, moest er op 15 juni nog aardig wat werk verricht worden. Dit tweede deel is mogelijk het laatste, want Bornemann wil nog heel wat plannen verwezenlijken, voordat hij de rust kan vinden om aan nieuw werk te beginnen. In zijn studio in Hannover stonden zijn vrouw Brigitta, hun hondje Gizmo en diverse heerlijkheden klaar en ging Frank er eens goed voor zitten. Al snel werd duidelijk dat dit keer de teksten belangrijker voor hem waren dan de muziek…

In 2017 vertelde je dat je deel 2 medio 2018 af wilde hebben. Dat heeft een jaar langer geduurd. Waarom deze extra tijd, want je had het leeuwendeel van de muziek in concept toch al klaar?

“Tja…, dat was ook de bedoeling maar van meet af aan wilde ik toch weer proberen om er een echt bandalbum van te maken, met de complete bezetting van de laatste periode, maar dat stuitte op nogal wat problemen. Toetsenist Michael Gerlach leidt een bedrijf in de zorg men zo’n twintig mensen in dienst. Hij heeft veel personeelsproblemen, waardoor hij zelf vaak moet inspringen en eigenlijk nooit afspraken durft te maken. Hannes Folberth, de andere toetsenist, is een tijd lang ernstig ziek geweest. Hij heeft zijn praktijk als psychotherapeut moeten neerleggen en hij is verhuisd naar Oost-Friesland. Ook hij is lange tijd niet beschikbaar geweest. Bodo Schopf, de laatste vaste drummer, woont inmiddels al enkele jaren op Sardinië en is uit beeld verdwenen. Christoph Hinz, de drummer die op deel 1 drumde, heeft te veel andere verplichtingen en kon ook niet worden ingezet. Eigenlijk wilden we een drummer die meer in de stijl van Jürgen Rosenthal drumt en om die reden hebben we pogingen ondernomen om Zak Starkey (de zoon van Ringo Starr en drummer bij The Who, MvBF) te benaderen, want wat hij laat horen op Won’t Get Fooled Again…, nou, daar gebeurt wel een en ander! Intussen bleek Stephan Emig, een drummer die ik kende van vroeger, te zijn teruggekeerd naar Hannover. Hij heeft onder anderen les gehad van Pink-drummer Mark Shulman aan de Los Angeles Music Academy, waar ook Joe Porcaro (de vader van wijlen Jeff en Mike Porcaro van Toto, MvBF) les geeft. Toen we hem een passage hadden laten drummen, wisten we dat we niet verder hoefden te zoeken. Maar ook het opnemen van de koren gaf problemen! Ik moest weer wachten tot het jeugdkoor van de Marktkirche beschikbaar was om mijn stukken te zingen. Ook de spreekster van het slotwoord was niet een-twee-drie gevonden. Na vele audities heb ik een toneelspeelster gevonden die ook Jeanne d’Arc gespeeld heeft. Ze woont in Duitsland, heeft een Franse moeder, een Italiaanse vader en ze spreekt ook nog eens vloeiend Engels. De stem van Latetitia Mazotti heet Jeanne welkom in de eeuwigheid, dus niet de brandstapel is het eind maar Jeannes transformatie naar het eeuwige licht. De geluidstechnicus die mij bij deel 1 zo prettig geholpen heeft, bleek ook niet meer beschikbaar. Al met al was dat vele wachten en zoeken naar nieuwe muzikanten en een technicus tijdrovend en dat veroorzaakte de nodige stress.”

Ga je in deel 2 nog in op het herziene proces dat de familie van Jeanne heeft aangespannen vele jaren na haar dood? Of op de zalig- en daarna heiligverklaring van Jeanne in 1909 en 1920?

“Nee, mijn verhaal eindigt met de overgang van Jeanne naar het eeuwige licht. Tijdens mijn zoektocht als lid van de Association Universelle Des Amis De Jeanne d’Arc ben ik echt op alle plekken geweest waar Jeanne is geboren, naartoe is gereisd, geslapen en gevochten heeft tot en met de vier vierkante meter kelder waar ze gevangen gezeten heeft zonder daglicht. Schandalig! Ik ben wel op twee problemen gestuit, want elke historicus heeft een eigen verklaring en interpretatie. Olivier Bouzy, een vooraanstaande geschiedkundige heeft me die situaties helpen verklaren: veel historici menen dat Jeanne in Compiègne verraden werd, omdat de Bourgondische stadsbestuurder het bruggenhoofd afgesloten zou hebben, zodat Jeanne niet terug naar de stad zou kunnen vluchten. Ik geloofde dat niet want − zo meende ook Bouzy − Jeanne zou nooit vluchten. Dat had ze nooit eerder gedaan en zou ze ook nooit doen. Zij stond bovendien met vijfhonderd soldaten links van het bruggenhoofd, terwijl de Bourgondiërs een leger van vijftienhonderd soldaten hadden. Van de andere kant naderden de Britten met eenzelfde aantal soldaten. Jeanne had dus sowieso geen schijn van kans, dus er is geen sprake van verraad! Wat ik in de teksten vertel, is zo authentiek als maar enigszins mogelijk is. Het volgende struikelblok was Parijs. Mijns inziens was de juiste gang van zaken als volgt: toen de eerste aanval om Parijs te heroveren was mislukt, waarbij Jeanne ook gewond raakte, herinnerde koning Charles VII zich hoe hij als kleine jongen had meegemaakt hoe Parijs werd ingenomen door de Engelsen en wat voor slachting dat toen was. Enerzijds wilde hij de Bourgondiërs tegemoet komen, anderzijds wilde hij − stel dat zijn leger zou winnen − niet als koning over de puinhopen van een stad binnenrijden met duizenden lijken op straat. Daarom heeft hij het beleg van Parijs laten opheffen tot onbegrip van Jeanne en veel generaals.”

Je vertelt ook dat Jeanne bij Compiègne gevangen genomen werd door Filips III van Bourgondië?

“Dat is correct. Diplomaat als hij was, had hij Jeanne via Jean II de Luxembourg-Ligny aan de Engelsen verkocht, van wie hij wist dat zij Jeanne graag op de brandstapel wilden zien. Het losgeld bedroeg tienduizend écu, toentertijd een grote som gelds. Men zegt dat Charles VII zich niet om Jeanne bekommerd had, maar de waarheid is zeer waarschijnlijk dat hij nooit op tijd op de hoogte is gesteld en dat de transactie in Luxemburg al gedaan was voordat hij iets kon ondernemen. Veel later heeft hij wel ontdekt dat het inquisitieproces een schandalige aangelegenheid is geweest. In plaats van een kerkelijke gevangenis dwongen de Engelsen haar om in een militaire gevangenis te verblijven en om niet verkracht te worden heeft ze mannenkleren aangetrokken. Dat feit werd mede gebruikt om haar veroordeeld te krijgen. De Engelsen hebben weliswaar erkend dat het proces tegen Jeanne een schandaal was, maar de uitleg van de hele geschiedenis door de Engelse historici werd zwaar beïnvloed door hun uiteindelijke nederlaag die ze niet konden accepteren. De verhouding tussen Frankrijk en Engeland was altijd al een moeilijke. Na de Tweede Wereldoorlog keken de Engelsen de Duiters met de nek aan. Begrijpelijk en terecht, want WWII is een zwarte bladzijde in onze geschiedenis, maar na verloop van tijd moet je afstand kunnen nemen. Ik ben tot op de dag van vandaag dankbaar voor wat Adenauer en De Gaulle op 14 september 1958 voor Duitsland en Frankrijk landen hebben bewerkstelligd: vriendschap en wederzijds respect!”

In 2017 gaf je aan dat je ook een toneelstuk of een musical in het Frans zou schrijven en dat je al een hoofdrolspeelster op het oog had?

“Zeker! We hebben een toneelspeelster gevonden die Jeanne heet. Ze ziet eruit als Jeanne, is even oud en ze komt uit hetzelfde dorp! Zij speelt bovendien Jeanne d’Arc tijdens een groot spektakel dat eens per jaar wordt opgevoerd. De bedoeling is om van alles een spectacle musical te maken, een toneelstuk met muziek, maar waarbij niet alle dialogen worden gezongen. Uiteraard in het Frans, want in Frankrijk is waarschijnlijk toch de meeste belangstelling voor dat stuk te verwachten. Ik moet daarvoor echter alle dialogen nog schrijven. Dat lijkt een hele klus maar nu kan ik dat in mijn eigen tempo doen en ben ik niet afhankelijk van geluidstechnici of muzikanten. Grammaticale hulp uit Frankrijk is daarvoor ook al toegezegd. Ook politiek zou dit stuk goed scoren als tegenwicht voor de denkbeelden van Marie Le Pen, want de favorieten uit de Franse historie van president Macron − evenals die van zijn vrouw overigens − zijn Jeanne d‘Arc en Charles de Gaulle!”

Recentelijk is er een fraaie box verschenen met de lp’s en cd’s Dawn, Ocean en Silent Cries, Mighty Echoes. Waarom juist deze drie albums? Het is duidelijk dat het Jeanne d’Arc-project alle andere zaken overschaduwt maar heb je nog plannen met albums als Ra en Destination?

“Ook voor de fans is het afmaken van deze klus prioriteit één! Die box is uitgebracht, omdat dit de best verkopende albums van Eloy waren. Als ik hierna weer tijd heb, ga ik zeker nog met enkele oudere albums aan de slag. Dat is iets dat ik grotendeels alleen kan doen. Power And The Passion als eerste, dan mogelijk Destination en ik wil ook nog iets in de trant van Chronicles realiseren.”

Ik heb begrepen dat Brigitta en jij onlangs jullie 50-jarig huwelijk hebben gevierd?

“Ha, ha, jazeker! Die mijlpaal hebben we toch mooi bereikt, hè? We behoren vast tot de weinige koppels in de wereld van de rockmuziek die dat kunnen zeggen. Hoewel Klaus Meine, de zanger van The Scorpions, en zijn vrouw dat feit vrijwel zeker ook kunnen vieren of al gevierd hebben. Brigitta en ik hebben deze heugelijke gebeurtenis met onze vrienden in Parijs gevierd.”

Je hebt ook een appartement in Frankrijk waar jullie geregeld verblijven.

“Ja. We hebben een mooi appartement in Parijs. Ik ben nét na de oorlog in april 1945 geboren. Mijn vader was een Fransman die ik nooit heb gekend. Een huwelijk tussen een Fransman en een Duitse was net na de oorlog uit den boze, dus ging mijn vader terug naar Frankrijk en ben ik opgevoed door mijn moeder. Ik sprak geen woord Frans toen we voor het eerst naar Frankrijk gingen, maar omdat in de jaren zeventig niemand daar iets anders dan Frans sprak, heb ik maar snel het nodige bijgeleerd om me verstaanbaar te kunnen maken en dat werd zeer gewaardeerd. Ik heb in die periode wel moeite gedaan om mijn biologische vader te vinden, maar die pogingen zijn op niets uitgelopen. Hij schijnt ook vroeg overleden te zijn. Al die jaren hebben we uitsluitend hulpvaardige en vriendelijke mensen ontmoet. Onze beste vrienden komen ook uit Parijs en omgeving! Eerst huurden we om de hoek bij La Rotonde ruimte waar ook Amadeo Modigliani zijn atelier had. Ik kon daar uit het raam kijken en het atelier van Paul Gauguin zien. Ook Pablo Picasso heeft daar om de hoek gewoond net als veel andere schilders, zoals Hemmingway, Matisse, Gertrude Stein, noem maar op. Ha, ha, mij zagen ze ook voor een schilder aan. Dat pand werd op een goed moment verkocht en de nieuwe eigenaar wilde niet meer verhuren. Uiteindelijk zijn we daar vlakbij terecht gekomen in A La Villa des Artistes, waar vroeger ook allerlei kunstenaars verbleven. Onze Gizmo is overigens het enige hondje dat daar ooit is toegelaten.”

De luistersessie waarvoor Frank mij uitnodigde verliep evenals bij het vorige bezoek niet zonder problemen. De techniek was niet in orde, sommige delen waren gereed en bij andere delen moesten nog zang en gitaarsolo’s worden toegevoegd. De balans tussen de instrumenten was niet goed ingeregeld, dus wat ik kon horen, gold slechts een eerste indruk. Muzikaal zijn er geen verrassingen. Het karakteristieke basspel van Klaus Peter Matziol is zo herkenbaar, hoewel het lijkt alsof dezelfde loopjes steeds terugkeren. De zang is begrijpelijkerwijs wat vlakker geworden en om de geschiedenis zo authentiek mogelijk onder woorden te brengen, lijkt de muziek er toch enigszins onder geleden te hebben al blijft Eloy wel Eloy! Voor Bornemann is deel 2 − dat evenals deel 1 een uur klokt − echter zijn magnum opus. Bezien vanuit het vertrekpunt dat hij er een solowerkstuk van had willen maken en met alle plannen om er nog een musical aan te wijden en te zijner tijd een boxset met de muziek uit het theaterspektakel, is het begrijpelijk dat alle andere zaken naar de achtergrond zijn geschoven. Er moet in komende weken nog heel wat worden gesleuteld! Het artwork is net als bij deel 1 van Michael Narten, een vrije bewerking met als uitgangspunt het hoofd van Jeanne d’Arc, zoals dat op een aan haar gewijd ruiterstandbeeld in Straatsburg te zien is.

Korte tijd later vernam ik dat de harde schijf waarop alle muziek van deel 2 stond was gecrasht, een noodlottige gebeurtenis. Er waren wel backups, maar helaas niet van het album na de mastering en de mix om naar de muziekpers te sturen. Een en ander betekent dat de release moet worden uitgesteld naar eind september.