SPECIAL: Vijftig jaar Kayak, deel 1
Tekst: Menno von Brucken Fock, eindredactie: Peter Willemsen
Fotografie: Kayak website, Bert Treep en Menno von Brucken Fock
Kayak: einde van een (toerend) tijdperk
In 2023 bestond Kayak vijftig jaar en bandleider Ton Scherpenzeel liet weten dat toeren wat hem betreft niet meer aan de orde is, al sluit hij een incidentele activiteit niet uit. Als eerbetoon aan een van de grootste Nederlandse symfonische rockbands werpen we een terugblik op Kayak en zijn producer van het eerste uur aan de hand van zes vragen aan de bandleden.
In dit eerste deel geven we het woord aan alle betrokkenen tot 1981, het jaar waarin de band verleden tijd leek. Het betrof echter, zoals later zou blijken, slechts een tussenstop. Ook de bandleden die zowel voor 1982 als na 1999 actief betrokken waren bij Kayak komen aan bod. Anekdotisch toeval is dat het album See See The Sun, dat in 1995 opnieuw op cd werd uitgebracht, al werd besproken in het allereerste exemplaar van iO Pages. Dit album stond in iO Pages 180 opnieuw in de schijnwerpers via de rubriek Monument, waarin ook de beginperiode van de band uitvoerig stond beschreven. Ik stelde de betrokken bandleden de volgende zes vragen, hoewel niet alle geïnterviewden alle zes vragen beantwoordden:
1- Wat is in jouw beleving de betekenis van Kayak voor de geschiedenis van de Nederlandse popmuziek en voor de Nederprog in het bijzonder?
2- Wat is volgens jou de belangrijkste bijdrage van jou aan het succes van Kayak?
3- Wat is het geheim van Kayak waardoor de band het in zoveel verschillende bezettingen toch vijftig jaar heeft volgehouden?
4- Noem jouw drie favoriete Kayak-songs of favoriete Kayak- album met een korte toelichting?
5-Wat is het mooiste of leukste moment dat je hebt beleefd met Kayak?
6- Hoe belangrijk is de rol van Pim Koopman voor Kayak geweest en zou er een Kayak zonder Ton Scherpenzeel denkbaar zijn geweest?
Het eerste bandlid dat aan het woord komt is Ton Scherpenzeel, de constante factor in vijftig jaar Kayak. De toetsenman, bassist, zanger en componist was actief van 1972 tot 1982 en van 1999 tot 2022. Voordat Kayak werd opgericht, speelden Ton Scherpenzeel en Pim Koopman al samen in verschillende bandjes. In de laatste bezetting van High Tide Formation, een van die bandjes, speelde ook gitarist Johan Slager. Begin jaren zeventig gingen Pim en Ton studeren aan het muzieklyceum in Hilversum, waar ze Max Werner ontmoetten, die net als Pim slagwerk studeerde. Met bassist Cees van Leeuwen, de latere staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, was de eerste bezetting van Kayak een feit.
Ton Scherpenzeel: “Wat Kayak voor de Nederpop of -prog heeft betekend, moeten anderen maar beoordelen. Daarmee houd ik me niet mee bezig, want ik ben geen muziekhistoricus of recensent. Het is natuurlijk aardig om te weten dat je in een door anderen bedachte categorie van enige betekenis bent geweest, maar voor mij tellen vooral de individuele mensen die geraakt zijn door de muziek van Kayak en wier leven ik daardoor misschien een beetje aangenamer heb kunnen maken. Zo nu en dan krijg ik van iemand een persoonlijk verhaal te horen en op die momenten denk ik dat ik het mooiste beroep ter wereld heb. En in welk lijstje we dan toevallig staan, maakt mij helemaal niets uit.”
“Terugblikkend op alle jaren Kayak kun je inderdaad wel stellen dat ik de constante factor ben geweest. Ik heb veel muziek geschreven, maar om nu mijn eigen bijdrage te omschrijven, lijkt me eerlijk gezegd sowieso voor iedereen een nogal onmogelijke vraag.”
“Dat Kayak het in al die verschillende bezettingen toch zo lang heeft weten vol te houden, is in mijn beleving gestoeld op mijn creatieve geldingsdrang in combinatie met een hardnekkig optimisme dat het deze keer wel, of wel weer zou lukken. Ook het feit dat er genoeg bandleden en anderen direct betrokkenen waren die dat óók geloofden en daarom hun ziel en zaligheid erin hebben gelegd. Daarvoor ben ik hen nog altijd mijn grote dank verschuldigd, want de verdiensten waren niet altijd navenant.”
“Als ik van al die nummers die Kayak heeft opgenomen mijn favorieten zou moeten noemen, dan houd ik het bij de songs. Albums hebben zo veel verschillende facetten met sterke en minder sterke punten. Daaruit kan ik moeilijk kiezen. Ik ben tenslotte de componist en geen fan. Mijn favoriete nummers zijn If This Is Your Welcome (Royal Bed Bouncer, 1975, Scherpenzeel), Circles In The Sand (Letters From Utopia, 2009, Scherpenzeel) en Larger Than Life (Cleopatra - The Crown Of Isis, 2014, Scherpenzeel, Irene Linders). Deze nummers zijn alle drie totaal anders, maar voor mijn gevoel klopt alles: muziek, tekst, uitvoering en arrangement. Typisch dat de songs die ik zelf het beste vind over het algemeen niet onze bekendste of meest geliefde nummers zijn. Ik heb kennelijk een andere smaak dan onze fans!”
“Als je zo lang bij een band betrokken bent, zijn er uiteraard talloze onvergetelijke dingen te melden. Ook dat is uit bijna vijftig jaar moeilijk kiezen. De eerste ervaringen in een 24-sporenstudio, ik voelde me als een kind in een speelgoedwinkel! Het onverwachte succes van Phantom Of The Night (1978) met een platina album was natuurlijk een enorme opsteker. De heldenontvangst in Paradiso in 2000 bij onze terugkeer is buitengewoon memorabel en maakte diepe indruk op mij. Sowieso, dat euforische gevoel na een geslaagd concert. Moeilijk om er een speciale gebeurtenis uit te lichten. Het is te veel om op te noemen. Mijn broer Peter herinnerde me onlangs aan een fotosessie in de Amsterdamse banketbakkersschool in 1980 of 1981. Dat was misschien toch wel het allerleukste uit al die jaren Kayak. De sfeer in de band was op dat moment uitermate beroerd, maar toen we met heuse slagroomtaarten mochten gooien, konden we ons eindelijk afreageren zonder dat er meteen gewonden vielen. Zelden zo gelachen als toen in elk geval.”
“Tja.., de rol van mijn grote vriend Pim… Kijk, Pim is natuurlijk van essentieel belang geweest voor Kayak. Zijn enorme talent en enthousiasme waren onontbeerlijk voor onze ontwikkeling. Pim en ik waren vrienden, collega’s maar ook rivalen. We haalden in elk geval het beste uit elkaar naar boven. Zijn plotselinge overlijden was de grootste klap die we als band hebben gehad. Kayak was een andere band zonder Pim. Dat mag duidelijk zijn, maar of Kayak ook zonder mij had kunnen bestaan, is voor mij lastig te beoordelen. Nou, denkbaar misschien wel, maar dat is toch een wel erg hypothetisch. Mogelijk dat er in een parallel universum nu vijf onbekende gasten op leeftijd onder de naam Kayak de tot de nok toe gevulde Ziggo Domes van die wereld plat spelen, wie weet...”
Ton en zijn vrouw Irene Linders verblijven een deel van het jaar in Frankrijk en genieten daar van hun welverdiende rust tussen het schrijven en spelen van muziek door. Of we van Kayak echt de laatste noten hebben gehoord die Ton heeft gecomponeerd, valt nog te bezien…
Pim Koopman († 2009): drums, keyboards, gitaar, zang, composities en producer van 1999-2010. Jasper Koopman, de zoon van Pim, doet namens Pim het woord:
“In mijn ogen is de rol van mijn vader tijdens de wederopstanding van Kayak vanaf 2000 niet veel anders geweest dan in de eerste periode, namelijk drummen en het schrijven van nummers. Wel heb ik van zangeres Cindy Oudshoorn, gitarist Joost Vergoossen en bassist Jan van Olffen begrepen dat mijn vader een soort mentor voor hen was en dat ze veel van hem hebben geleerd. Een verschil met de beginjaren van Kayak was dat ze er veel meer plezier hebben uitgehaald, want de druk van het moeten presteren voor een carrière was er niet meer. Pim kon er toen ook veel meer van genieten en bovendien produceerden ze alles zelf. Waar Pim en Ton vroeger geregeld samen nummers schreven, veranderde dit in het moderne tijdperk. Beiden hadden een eigen (thuis)studio, en beiden leverden dan ook meestal complete nummers aan. Soms moest er enkel nog een tekst of een deel van een tekst op worden geschreven. De tweede periode van Kayak heb ik veel bewuster meegemaakt. Ik weet dat Ton het ook heel moeilijk heeft gehad nadat Pim was overleden, moeilijk om zonder Pim door te gaan. Zijn drijfveer, de liefde voor de muziek, heeft het uiteindelijk toch gewonnen.”
“Ik heb een zwak voor Nobody Wins (Letters From Utopia, 2009) dat mijn vader heeft geschreven. Vooral dit nummer, maar ook een aantal andere liggen emotioneel gezien dichter bij mijn gevoel omdat ze van mijn vader zijn. Zijn overlijden heeft dat gevoel versterkt.”
“Thuis in mijn vaders studio kon ik intens genieten als hij me vol trots weer een nieuwe demo liet horen. Verder vond ik het 35th Anniversary Concert Live in Paradiso op 7 oktober 2008 zeer bijzonder om mee te maken.”
Over het Reappearance-project:
“De demo’s die Pim en Cindy in de periode 2005 tot 2009 hebben opgenomen, lagen al jaren stof te vergaren. Toen Cindy mij begin 2020 belde met het idee om die demo’s alsnog uit te brengen, vond ik dat een fantastisch idee. In mijn ogen waren die songs veel te goed om er niets mee te doen. Via crowdfunding was er al snel voldoende financiering. Blijkbaar waren er nog veel liefhebbers die geïnteresseerd waren in die nummers. Met behulp van een aantal topmuzikanten hebben we diverse instrumenten die uit een ‘doosje’ kwamen, vervangen door echte waardoor het geheel nog veel meer tot leven kwam. Helaas zorgde de coronapandemie ervoor dat we alles op afstand moesten doen, dus iedere muzikant leverde zijn eigen sporen apart in. We hadden in totaal drie dagen om de zes stukken af te mixen in de Sound Vision Studio van George Konings. Met de soms wat beperkte middelen die we vooraf hadden, heeft hij een prachtig eindproduct afgeleverd. Vanaf de plek waar normaal gesproken mijn vader zat, hebben we met zijn drieën de songs afgerond. Ik ben er dan ook apetrots op. Wat het voor mij zo bijzonder maakt, is dat we niet alle songs hebben laten overspelen, maar dat Pim daadwerkelijk in alle tracks meespeelt op keyboard en gitaar, en dan in het bijzonder Natural Mask, waarin hij zelf de achtergrondkoortjes zingt. De songs zijn via Spotify te beluisteren en er zijn nog enkele cd’s beschikbaar.”
Johan Slager: sologitaar van 1972-1982.
Johan speelde al met Ton Scherpenzeel en Pim Koopman in High Tide Formation. Deze drie muzikanten namen al demo’s op voor wat later Kayak zou worden. Hij is dus echt een man van het eerste uur en gedurende tien jaar was hij de gitarist van de band.
“Kayak heeft in de jaren zeventig met meerdere nummers in de Top 2000 gestaan en Ruthless Queen staat er nog altijd in. In mijn ogen is Kayak dus echt een toonaangevende band geweest voor de Nederprog. Dat geldt zeker voor de eerste albums, die een heel eigen geluid hadden dat muziekkenners later als progressieve rock zouden omschrijven. Het was mijn taak, en ook een uitdaging, om de composities van Ton en Pim zo goed mogelijk te vertolken, niet alleen op de plaat maar vooral ook tijdens de vele optredens die we toentertijd deden. Gedurende tien jaar heb ik dat met veel inzet gedaan.”
“Als een band zo lang bestaat als Kayak en nog steeds fans en muziekliefhebbers weet te boeien, dan behoor je tot de groten. Wat Kayak steeds op de been heeft gehouden, zijn de composities van Pim en vooral die van Ton. De kwaliteit van de nummers die zij schreven, is van een zeer hoog gehalte. Mijn favoriete nummers van Kayak komen begrijpelijkerwijs uit de periode waarin ik bij de band speelde. Je hoort de ontwikkeling van een nieuwe band naar een hechter klinkende band terug op de albums See See The Sun, Kayak en Royal Bed Bouncer. Heel speciaal zijn voor mij zijn Reason For It All (See See The Sun, 1973, Scherpenzeel), They Get To Know Me (Kayak, 1974, Van Leeuwen-Koopman) en Merlin (Merlin, 1978, Scherpenzeel), alle drie vanwege mijn gitaaraandeel in die songs.”
“De mooiste momenten tijdens mijn periode bij Kayak waren de uitreikingen van de gouden en platina platen. Het leukste en indrukwekkendste avontuur was het opnemen van Periscope Life (1980) in Amerika.”
“In mijn beleving was Pim Koopman uitermate belangrijk omdat hij medeoprichter was. Daarnaast zorgde hij ook voor een niet onaanzienlijk deel van de composities, maar het moge duidelijk zijn dat Kayak niet had kunnen bestaan zonder Ton.”
In 1982, na het uiteenvallen van Kayak, begon Johan met Ton Scherpenzeel en Bert Veldkamp de band Europe, waarmee het gelijknamige album werd opgenomen. Na Europe speelde Johan in de bands Ravage, met Michel van Dijk en Danny Lademacher, in de Michel Van Dijk Band en Plus Doreen. In de jaren tachtig was het heel normaal dat een zichzelf respecterende kroeg in het weekend livemuziek had. Daar had Johan het druk mee: dertien of veertien keer per maand spelen was normaal. Plus Doreen heeft zelfs nog een cd gemaakt die bij optredens werd verkocht.
Max Werner († 2024): zanger, drummer en bespeler van de Mellotron van 1972-1982 en van 1999-2000.
Voor Max Werner begon Kayak tijdens de vakopleiding van het muzieklyceum in Hilversum, waar hij les kreeg van onder anderen Wim Koopman, de vader van Pim. Hier ontmoette hij Ton Scherpenzeel en Pim Koopman, die eveneens slagwerk studeerde. Max wilde eigenlijk slagwerker worden, maar omdat niemand anders in de pas opgerichte band kon of wilde gaan zingen, vond men dat Max dat maar moest doen…
“Kwaliteit en professionaliteit stonden altijd hoog in het vaandel en Kayak nam vanaf het begin een aparte plaats in binnen de Nederlandse popwereld. Er werd wel eens gezegd dat Kayak conservatoriumpop speelde, wat op zich best raar was omdat er in de jaren zeventig helemaal geen studierichting popmuziek bestond. Ik denk achteraf dat we met Kayak vanaf het begin toch geschiedenis hebben geschreven, hoewel we ons daar toen helemaal niet bewust van waren.”
“Voordat ik het wist, was ik tot leadzanger gebombardeerd en sprak men over ‘het geluid van Kayak’ als ze het over mij hadden. Zelf vond ik dat allemaal niet zo bijzonder en ik schikte me, met steeds meer tegenzin, in mijn lot. Als ik tijdens optredens even niet hoefde te zingen, speelde ik op de Mellotron. Ook daar beleefde ik helaas weinig plezier aan, want dat ding ontstemde waar je bij stond, dus dat moest je voortdurend in de gaten houden.”
“Toen de naam van Kayak gevestigd was, begon de rol van leadzanger mij steeds meer te benauwen. Ik wilde zó graag doen waarvoor ik had gestudeerd, namelijk drummen! Maar ja, er speelden inmiddels wel bepaalde belangen mee. Er waren afspraken met platenmaatschappijen én ik wilde de jongens van de band niet teleurstellen. Maar na het album Starlight Dancer vond ik het welletjes. Ik heb toen aangegeven de microfoon definitief te willen inruilen voor de drumsticks. Dat was voor zowel de band als de platenmaatschappij wel even schrikken, want ze waren bang dat het unieke Kayak-geluid, waar iedereen het over had, verloren zou gaan. Ik was echter dolblij toen we Edward Reekers vonden en ik niet meer hoefde te zingen. Ik mocht eindelijk gaan drummen! Toen pas kwam bij mij het spelplezier een beetje op; ik voelde me echt bevrijd.”
Songs die me zijn bijgebleven zijn vooral Evocation (The Last Encore, 1976, Koopman) en Starlight Dancer (Starlight Dancer, 1977, Scherpenzeel). Dat vond ik altijd goede nummers.”
Nog tijdens zijn Kayak-periode scoorde Max een grote hit met Rain In May (1981) en maakte hij twee studioalbums. Ook speelde hij, evenals Johan Slager overigens, mee op het Ekseption-album Dance Macabre (1981). Daarnaast is hij als drummer te horen op het album Land Of Tá (1986) van Nadieh († 1996). Max speelde mee met Ekseption tijdens de reünietournee in 1993. Naast de muziek had Max tijdelijk een baan als postbode.
Cees van Leeuwen: bassist en tekstschrijver van 1972-1974.
Ton, Pim, Johan en Max werkten eerst met de Fransman Jean Michel Marion maar vonden in Cees van Leeuwen de juiste aanvulling om de eerste stappen te zetten in de richting van een muzikale carrière.
“Ik denk dat Kayak in de Nederlandse popgeschiedenis een bijzondere plaats inneemt, vooral omdat de band begin jaren zeventig ver boven de rest uitstak met als specialiteit ‘orkestrale rock’. Maar ook omdat Kayak met behulp van platenmaatschappij EMI internationaal gericht was en in plaats van alleen Nederland de wereld als domein zag. Dat Kayak bijzonder was, heb ik zelf aan den lijve ondervonden, ook nadat ik na zo’n drie jaar de groep verliet. Veel mensen, vooral zij die ook in bands hadden gespeeld, keken tegen mij op als de ex-Kayak-bassist. Apart om daar jaren nadien af en toe nog mee geconfronteerd te worden.”
“Eigenlijk moeten anderen natuurlijk oordelen over de bijdrage die ik zelf aan het succes van Kayak heb geleverd. Ik heb slechts zo'n drie jaar deel uitgemaakt van de band, maar dat was wel in de beginperiode, dus ik heb de doorbraak van het succes mogen meemaken en dat was heel bijzonder. Ik was een nogal drukke bassist afkomstig uit een jazzband met veel vrijheid voor de bas. Die vrijheid moest ik leren indammen en beteugelen, maar dat lukte gaandeweg wel. Mijn baspartij in de hitsingle Mammoth (1973) was daar misschien wel een mooi en simpel voorbeeld van. Soms kon ik toch nog wel losgaan als bassist, zoals in Ballet Of The Cripple (1973), met een baspartij waarover ik achteraf best tevreden ben als ik die nu weer beluister. Vooral door Pim Koopman werd ik in de gelegenheid gesteld om teksten te gaan leveren, zoals voor de hits See See The Sun (1973) en Wintertime (1974). Tijdens de optredens was ik altijd verrukt als ik de bassolo mocht doen. Die solo maakte, mede door de toegevoegde effecten door onze technicus Rijn Peter de Klerk, een positieve indruk op ons publiek. Althans, dat hoorde ik dan vaak na het concert.”
“Ik denk dat het geheim van Kayak toch met name ligt bij de persoon van Ton Scherpenzeel, die zijn hele leven in dienst heeft gesteld van de muziek. Zijn schrijftalent was steeds gericht op Kayak, maar de rol van Pim Koopman mag in dit verband zeker niet worden vergeten. Een ander belangrijk punt waarom Kayak het zo lang heeft volgehouden is gelegen in het feit dat Kayak in Nederland op het gebied van orkestrale rock geen evenknie kende.”
“Ik heb niet alle muziek van Kayak na mijn vertrek gevolgd, maar het is gemakkelijk om mijn absolute nummer één song aan te wijzen en dat is Lyrics (See See The Sun, 1973, Scherpenzeel). Dat was onze eerste single. Het was geen echte hitsingle, omdat het nummer eigenlijk flopte maar het werd gepromoot door EMI. De single werd weggegeven en aanbevolen door pluggers, zodat die alsnog in de hitparade belandde en zo de naam Kayak een beetje kon worden gevestigd. Ik zie nog hoe Ton dit briljantje in zevenkwartsmaat voorspeelde op de piano. Dat was geloof ik in de Bovema Studio in Heemstede. Ik was direct verkocht: wat een prachtige en bijzondere song. Als ik heden ten dage Lyrics hoor, word ik nog steeds bevangen door de spanning die het opriep veroorzaakt door die zevenkwartsmaat. Fascinerend! Dit nummer heeft voor mij de tijd glansrijk doorstaan. Ruthless Queen (Phantom Of The Night, 1978, Scherpenzeel-Linders) is ook mooi, maar de klemtóón in het refrein blijft mij toch altijd een beetje storen. Verder vond ik They Get To Know Me (Kayak, 1974, Koopman-Van Leeuwen) altijd een fijne song om live te spelen.”
“In mijn herinnering is er niet zoiets als hét mooiste moment dat ik met Kayak heb beleefd. Wat mij wel aansprak, was dat ik op jonge leeftijd met een groep musici mocht werken aan iets groots. We trachtten met door ons zelf gecomponeerde muziek door te breken met behulp van professionals die ons begeleidden. Dat was heel bijzonder. Daarnaast vond ik het ook prettig en een aangename bezigheid om teksten te mogen leveren bij de muziek van Ton en Pim. Toch is er één concert dat veel indruk op me heeft gemaakt. Dat was ons concert voor de uitgenodigde wereldpers in De Speeldoos in Zaandam. In het voorprogramma stond The Dizzy Man’s Band. We waren toen allemaal behoorlijk nerveus. Een ander hoogtepunt, maar tegelijk ook een dieptepunt was de live uitvoering van See See The Sun bij de uitvaart van Pim. Toen moest ik wel een traantje wegpinken, want Pim was een warme persoonlijkheid met wie ik een tijdje de basis van Kayak mocht vormen.”
“De rol en de invloed van Pim Koopman kan niet worden onderschat. Die was heel groot en in mijn beleving net zo groot als die van Ton Scherpenzeel. Dat gezegd hebbende: zonder Ton zou er geen Kayak geweest zijn, maar zonder Pim was Kayak er nog steeds. Dat bleek zowel na Pims vertrek in 1976 als na zijn overlijden in 2010.”
Om zijn universitaire studies culturele antropologie en rechten te kunnen afronden, stapte Cees in 1974 uit Kayak. Uiteindelijk werd hij politicus en advocaat. Hij was namens de Lijst Pim Fortuyn (LPF) staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen in het kabinet Balkenende I. Cees publiceerde diverse boeken op het gebied van arbeids- en entertainmentrecht en een aantal wetenschappelijke artikelen.
Bert Veldkamp: bassist en zanger van 1974-1976 en van 1999-2005.
Bert Veldkamp († 2024) woonde vanaf zijn negende in Groningen stad en begon op zijn dertiende met het maken van muziek. Bert is autodidact. Tot zijn zeventiende speelde hij in een band genaamd The Humps en hij leerde daar spelen en zingen. De band speelde veel songs van The Beatles, The Kinks en later ook van Jimi Hendrix en Led Zeppelin. Toen hij zeventien was richtte hij met enkele Groningse muzikanten de band Zoo op, die een lp en een aantal singles opnam, maar succes bleef uit.
“Toen ik twintig was, had Kayak in 1972 al enkele zeer opmerkelijke singles uitgebracht. Ik vond Kayak een voor Nederland unieke band met een uniek geluid. Ik denk dat de band als eerste symfonische rockband in ons land veel andere bands heeft beïnvloed. Ik speelde in 1974 in een Groningse club waar Kayak kwam kijken, nadat men die avond had opgetreden in de stad. We maakten kennis en enkele weken later werd ik gebeld door Frits Hirschland, de toenmalige manager. De band wilde me graag als bassist ter vervanging van Cees van Leeuwen, ik denk met name om mijn timing en mogelijk ook, omdat ik goed in koortjes kon zingen. Met mijn komst werd de band mogelijk wat strakker in de basis. Ik heb Kayak in 1976 verlaten om persoonlijke redenen, maar dat afscheid viel me wel zwaar.”
“Mijn favoriete nummers staan allemaal op Starlight Dancer (1977), het eerste album na mijn vertrek: Turn The Tide, Dead Bird Flies Forever en Where Do We Go From Here, allemaal fantastische composities van Ton Scherpenzeel. Toen dit album uitkwam, zaten er voor mij alle elementen in die Kayak zo bijzonder maakte.”
“Ik heb vooral dierbare herinneringen aan onze opnames in Brussel in de Morgan Studio’s voor het album The Last Encore (1976). Er werkte een aantal vriendelijke mensen onder wie Alan Ward en Phillip Delire met wie ik bevriend raakte. Ook heel belangrijk was Mamman die voor ons kookte. Het was een mooie studio en we zaten midden in de zomer drie maanden in een fraai Brussels hotel. De sfeer in de band was uitgelaten en we hadden samen veel plezier. Ik woonde in Groningen terwijl de band opereerde vanuit Hilversum. Dat betekende voor mij veel autokilometers, maar ook vaak slapen bij Johan Slager, die al snel mijn grote vriend werd bij Kayak. We brachten samen veel tijd door, ook privé en het klikte goed tussen ons. We hebben later ook nog een jaar bij Ekseption gespeeld. Tot op de dag van vandaag hebben we nog geregeld contact. We bezoeken elkaar af en toe of we bellen; we zijn altijd vrienden gebleven.”
“In de jaren tachtig zijn Ton, Johan en ik de band Europe begonnen, waarmee we ook nog een lp maakten. Na een jaar besloten we te stoppen om in 1999 een nieuwe start te maken met Kayak. Dat deden we met een uitstekende bezetting met onder anderen Bert Heerink, Rob Vunderink, Rob Winter, Cindy Oudshoorn en uiteraard Pim en Ton. In 2005, enkele cd’s later, besloot ik te stoppen met Kayak. Ik had een behoorlijk zware baan en leidde daarnaast twee bedrijven. Het werd allemaal wat veel.”
“Dat de band in totaal een periode van een halve eeuw heeft bestaan, is met name te danken aan de enorme energie en het doorzettingsvermogen van Ton. Ongelooflijk wat die man aan energie in de band heeft gestoken, samen met zijn vrouw Irene overigens. In alle bezettingen bleef de band overeind. Ook in de laatste bezetting was Ton nog het enige oorspronkelijke lid, maar er stond weer een prima band met nieuwe muzikanten.”
Theo de Jong: bassist van 1976-1978.
Halverwege de jaren zeventig kreeg Theo de Jong een telefoontje van Ton Scherpenzeel met de vraag of hij auditie wilde komen doen voor Kayak. Theo speelde in die tijd erg veel waardoor zijn naam rondging in het popcircuit. Hij kwam echter net van de middelbare school en Kayak was zijn eerste grote avontuur. Achter een café in Haarlem was een repetitieruimte waar zijn hele installatie stond opgesteld.
“Ik hoefde niets voor te bereiden, want ik was al een groot fan van Kayak. De eerste albums zaten al in mijn systeem. Volgens mij hebben we toen Wintertime gespeeld.”
“Kayak heeft een uniek steentje bijgedragen aan het Nederlandse poplandschap. Muzikaal inhoudelijk heb ik Kayak altijd als een verrijking van dat landschap ervaren: goede composities met mooie melodieën en rijke harmonieën, vaak geïnspireerd door klassieke grootmeesters.”
“Kayak was al aardig succesvol toen ik er in 1976 bij kwam. De stijl was solide en hoewel het geen hitmachine was, waren er aardig wat fans die trouw naar de concerten kwamen. Ik kan niet zeggen dat ik een echte rockbassist ben; mijn spel is relatief licht. Als ik Kayak een beetje funky kon laten klinken, deed ik dat graag. Luister maar eens naar I Want You To Be Mine. Ton Scherpenzeel speelde toetsen in Kayak, maar hij was aanvankelijk bassist. Daarom wist hij precies wat hij van de bassist wilde horen. Zijn composities gaan vaak vergezeld van een stevig basfundament. Toen ik bij Kayak kwam, was ik nog geen twintig en nog niet zo eigenwijs om Tons ideeën over bas spelen, die overigens meestal te gek waren, te vervangen door mijn eigen ideeën.”
“Het geheim van Kayak is naar mijn mening de McCartney-achtige drive van Ton. Hij is supercreatief, komt altijd weer met nieuwe ideeën. Ik weet niet waar hij de energie vandaan haalt. Respect!”
“Als ik aan Kayak denk, denk ik vooral aan de eerste lp’s die veel indruk op me maakten: See See The Sun, Kayak, Royal Bed Bouncer en The Last Encore (1973-1976). Met Ruthless Queen, een fantastische compositie overigens, merkte ik dat de muzikale richting enigszins was veranderd. Ik heb veel respect voor Edward Reekers, die dat nummer prima zong, maar toch miste ik Max Werner, die een eigenzinniger geluid had en voor mij een onderdeel was van de charme van Kayak. Ik ben zelf meer richting jazz en fusion gegaan. Toen See See The Sun (See See The Sun, 1973, Koopman-Scherpenzeel-Van Leeuwen) op single uitkwam, was ik meteen fan en ik vind het nog steeds een goed nummer. Ook Mireille (Kayak, 1974, Koopman) vond ik indrukwekkend: een relatief simpele, klassieke melodie met die fraaie klank van het slagwerk! En Mammoth natuurlijk (See See The Sun, 1973, Koopman-Scherpenzeel) met dat draaiorgel. Prachtig!”
“Mijn meest memorabele moment vond plaats tijdens een optreden. Het programma begon in het pikkedonker. Wij kwamen met gevaar voor eigen leven op. We volgden het lichtpuntje van de roadie die ons naar de plek op de bühne leidde. Ton begon, met een spot op hem gericht, met het repeterende beginakkoord van Back To The Front, terwijl de anderen nog steeds in het donker stonden. Toen ik bij mijn plek aankwam, zag ik tot mijn schrik de basgitaar niet staan... Shit! Ik had nog zitten studeren in de loge en was hem stomweg vergeten mee te nemen naar de bühne. Ik riep naar Max Werner om nog niet in te zetten en om Ton nog even zijn repeterend akkoordje te laten spelen. Zo had ik even de tijd om snel, nog steeds in het donker, mijn bas te gaan halen. En Ton maar dat ene akkoord herhalen. Het heeft zeker vijf lange minuten geduurd voordat ik weer terug was, Tons kwade blik mijdend.
Er waren ook veel leuke momenten. De paukensolo van Max bijvoorbeeld met fluorescerende drumstokken was altijd indrukwekkend. En natuurlijk de gezellige, uitgebreide diners met de band voorafgaand aan de concerten, met die gekke Frits Hirschland, onze manager.”
“Toen ik bij Kayak kwam was Pim al weg en was Charles Schouten de drummer. Ik heb Pim een aantal keren ontmoet, onder meer bij studioproducties. Hij was een indrukwekkende man die zeker een stempel heeft gedrukt op de muzikale richting van Kayak. Ik vond Pim zeer muzikaal, een man met visie en mooie composities. Jammer, dat hij er niet meer is. En Kayak zonder Ton? Nee, dat lijkt me ondenkbaar.”
“Na Kayak heb ik eerst een jaar bij de band van Kaz Lux (ex-Brainbox) gespeeld, samen met Charles Schouten en daarna een jaar in de reüniebezetting van Ekseption. Vervolgens ben ik bij Toots Thielemans terechtgekomen met wie ik ongeveer zes jaar heb gespeeld. In 1997 heb ik getoerd met de in Europa – behalve in Nederland – bekende zangeres Maurane en ook nog enkele jaren met de band Batida (Braziliaans) met zangeres Josée Koning. Rond 2001 speelde ik mee in de Living On Love Tour van Ilse DeLange, nota bene samen met Joost Vergoossen, de latere gitarist van Kayak! Momenteel speel ik in T5, de band van gitarist Peter Tiehuis, en in de band van zangeres Fay Claassen. In België speel ik met mijn vriendin in het Anne Wolf Quatuor. Ik doe ook kleinschalige dingen, zoals gezellig met trombonist Phil Abraham en gitarist Fabien Degryse jazz-standards spelen op een klein festival in De Haan (België). Dat alles zonder repetities! Ook doe ik geregeld schnabbels tussendoor, maar daarin ben ik wel selectief geworden. Dat doe ik alleen nog als het me past en als ik met goede musici kan spelen. En ik geef sinds 1985 les op de conservatoria van Utrecht en Amsterdam.”
Charles Schouten: drummer van 1976-1978 (drums)
Door het wegvallen van Pim Koopman en Bert Veldkamp ontstond er plotseling een grote lacune in de bezetting van Kayak. Naast de jonge, maar zeer talentvolle bassist Theo de Jong werd in de loop van 1976 Charles Schouten gekozen als de nieuwe drummer. Beide heren zijn te horen op het zeer versplinterd opgenomen album Starlight Dancer, waarvan het titelstuk echter wel een klassieker zou opleveren. Charles verkoos op zijn eigen wijze een bijdrage te leveren aan deze special. Zijn bijdrage is volstrekt uniek en zowel origineel als briljant geschreven. Vooral insiders zullen deze tekst op waarde kunnen schatten.
Onbezoldigd en nog onbezonnen, uitverkoren opgetild
gromslaggangmaker der onwerkelijke wildwaterkano
duizelt alles van laaiende lichtshow doremifasolasido
tot spatten verwondering, o, heilige honger ongestild
Jeudzondig koerste Kayak ondanks toververtellingen
op de helse branie van ’n buitenboordmotormanager,
enig in zijn soort uitzonderlijk vandaar dus ongerijmd
regelde en ontregelde hij zelf de stroomversnellingen
Spraakmakender dan de mondige liedteksten tesaam
scheurde Frits in z’n Rover fatalistisch doch bekwaam
potsierlijke stuntpiloot over d’opduikende polderdijken
alleszins liefdevol zo doeltreffend op tilt zonder wijken
Back To The Front in weerwil van verwrongen dromen
zal de Hirsch het frontvel van mijn basdrum opsieren
elke trapkick gaat beatbarstend de herinnering vieren
die loszinnige lach, zou er zo weer het leven in stomen
Toen Max Werner aangaf liever achter het drumstel plaats te nemen dan door te gaan als frontman, was er geen plek meer voor Charles en mede daardoor besloot ook Theo de Jong op te stappen. Na zijn vertrek uit Kayak speelde Charles onder anderen bij La Pat en Harry Sacksioni. Hij is zichzelf door de jaren heen vooral als drummer blijven zien ‘die ook een aardig moppie eigen accordeonmuziek speelt’ en zichzelf graag verrast met ‘strak als een huis’ rijmende teksten. Kijk… alle potten en pannen nog an toe, da’s toch weer die drummer! Proost!”
Edward Reekers: zanger en toetsenman van 1978-1982 en van 2005-2014.
“Ik was al fan van Kayak lang voordat ik op auditie mocht komen voor de positie als zanger. Ik behoorde ook tot de liefhebbers van bands als Yes en Genesis en ik bezocht geregeld concerten, dus ook die van Kayak. Daardoor kon eigenlijk alle nummers al meezingen, maar ook doordat ik alle albums van Kayak had. Dat heeft me uiteindelijk geholpen de nieuwe zanger te worden. Ik vond het bijzonder intrigerend dat het geluid van Kayak zo anders was dan dat van tijdgenoten als Supersister, Focus, Earth & Fire en Alquin. Veel mensen denken nog steeds dat ik Max Werner heb verdreven uit zijn rol als frontman, maar het tegendeel is waar. Max en ik zijn tot op de dag van vandaag altijd goede vrienden gebleven. We reden eind jaren zeventig en later ook altijd samen naar onze concerten. Max koos destijds heel bewust voor zijn drumstel in plaats van zanger en frontman. Hij was per slot van rekening niet voor niets geschoold als drummer. Er was dus absoluut geen sprake van rivaliteit tussen Max en mij. Zowel als pioniers in de progrock – de eerste albums en de laatste twee – als in de popmuziek heeft Kayak denk ik een heel belangrijke rol gespeeld.”
“Naast Ton en Pim heb ik twee periodes Kayak mogen meemaken. Toen Ruthless Queen een internationale hit werd, stond de gehele Kayak-wereld op zijn kop. Daardoor heb ik eigenlijk die gehele eerste periode beleefd in een soort roes en in een staat van verwondering. De nummers die Ton en Pim schreven, waren zelden echt gemakkelijk. Veel verschillende maatsoorten, onderbrekingen en stijlvariaties, waardoor ze niet bepaald simpel te zingen waren. Mijn bijdrage was dat ze mij in staat stelden om al die prachtige composities een stem te geven. Ik heb dat met overtuiging gedaan en ik heb echt mijn uiterste best gedaan om me die songs echt eigen te maken.”
“Dat ik mede een rol heb gespeeld in het Kayak van het nieuwe millennium, was eigenlijk puur toeval. Ik kwam opnieuw in beeld toen Bert Heerink een dubbele boeking had en niet bij een van de Merlin-shows kon zijn. Men vroeg mij toen of ik Bert wilde vervangen. Er volgden daarna nog meer invalbeurten, waarna ik werd gevraagd of ik een rol zou willen spelen in het volgende project van de band. Dat was Nostradamus – The Fate Of Man (2005). Destijds heb ik daarin toegestemd vanwege het theatrale aspect en het feit dat ik werd gevraagd voor een van de rollen en dus niet als frontman. De nieuwe bezetting, de enorme klik die ik had met Cindy Oudshoorn plus de inmiddels ontstane vriendschap met Pim Koopman, legden de basis voor het continueren als lid van Kayak. Die positieve sfeer werd namelijk ook door Ton en Pim onderkend. Die twee gingen vervolgens driftig aan het schrijven, waardoor uiteindelijk Coming Up For Air (2008) ontstond. Ik heb altijd veel met melodieuze songs gehad en Ton en Pim schreven prachtige songs.”
“Er zijn natuurlijk in al die jaren met Kayak veel memorabele gebeurtenissen geweest. Na het succes van Ruthless Queen kregen we het aanbod om in de vermaarde Village Recorder Studios op te nemen, toentertijd het mekka van de popmuziek. Dat je als jong broekie met de band naar Los Angeles mag reizen om daar Periscope Life op te nemen in hetzelfde studiocomplex waar de leden van Fleetwood Mac zojuist Tusk hadden opgenomen en waar bijvoorbeeld ook Steely Dan placht op te nemen, was wel een sensationele belevenis. De tweede periode in Kayak beleefde ik toch heel anders, veel relaxter, mede dankzij de gedeelde taken voor wat betreft de zang, en ik kreeg ook veel meer inzicht in het gehele productieproces. Dankzij de geweldige klik tussen Cindy en mij waren eigenlijk alle liveshows een waar feest, en die leuke samenwerking hebben we ook kunnen voortzetten nadat we uit Kayak waren gestapt.”
“Het allermooiste moment bij Kayak was toen Pim mij een belcantoatleet noemde; dat vond ik een gigantisch groot compliment. Dat ik de tekst mocht schrijven voor Pims compositie Breaking The News zal ik ook nooit vergeten.”
“Pim en Ton daagden elkaar uit en brachten het beste in elkaar naar boven. Pim was voor mijn gevoel vooral belangrijk als studioproducer en Ton als componist. Het was een voorrecht om hun songs te mogen vertolken en in zekere zin hebben Ton en Pim mij ook geholpen om mezelf als componist te ontwikkelen. Mijn mooiste nummers zijn: Sad To Say Farewell (Periscope Life, 1980, Scherpenzeel-Linders), Nobody Wins (Letters From Utopia, 2009, Koopman), Circles In The Sand (Letters From Utopia, Scherpenzeel) en Breaking The News (Letters Form Utopia, Koopman-Reekers.”
“Na vijftig jaar Kayak lijkt het eind daar. Pim is er helaas niet meer, en Ton heeft vooralsnog te kennen gegeven dat hij hooguit incidenteel nog iets zou willen doen. Alle muzikanten die in het nieuwe millennium bij Kayak hebben gespeeld, zijn echter druk bezig met allerhande muzikale projecten, dus in dat opzicht wordt het op enigszins Kayak-gerelateerd gebied zeker niet stil.
Gestimuleerd door mijn dochter ben ik zelf ook al een tijd weer aan het componeren. In eerste instantie gewoon voor de lol zonder enige commerciële drijfveer, maar inmiddels heb ik zeventien composities klaar, die qua stijl variëren van pop en prog tot zelfs klassiek. Dit project is nu zo uit de hand gelopen dat het ernaar uitziet dat er mogelijk een volwaardige rockopera tot stand komt met medewerking van tal van nationale maar ook internationale artiesten. Met al die mensen die eraan meewerken heb ik een klik en dat wilde ik ook per se. Het voelt nu een beetje als oogsten na het zaaien, want iedereen die ik vraag om mee te doen, is meteen positief en enthousiast. Het geeft een geweldige kick als zo veel mensen willen meewerken, en ik denk dat muzikanten mede daarom zo lang doorgaan. De steeds weer nieuwe uitdagingen, het ongewisse en de variatie in dit vak voorkomen sleur en houden je jong!”
Peter Scherpenzeel: bassist van 1978-1982
“Als jongere broer van Ton heeft Peter de ontwikkelingen binnen Kayak goed kunnen volgen, ook omdat hij vanaf begin jaren zeventig als roadie actief was voor de band. Ook verzorgde hij de lichtshow. Wellicht is dat van invloed geweest op zijn latere werk als oprichter van de Peter Scherpenzeel Studio. Als hobby speelde hij basgitaar en toen in 1978 de positie van bassist vrijkwam, vroeg Ton hem of hij bij Kayak wilde komen bassen.
“Welke betekenis Kayak voor de Nederpop heeft gehad, vind ik lastig te beoordelen. De naam progrock was mij in elk geval niet bekend, als die toen al bestond. De band is nog maar net gestopt, dus ik denk dat een muziekhistoricus in de toekomst maar moet uitzoeken welke betekenis Kayak heeft gehad.”
“Ik vind dat mijn eigen bijdrage gering is geweest. Ik heb op enkele platen bas mogen spelen en ik heb drie jaar lang met de groep opgetreden. Dat was een eer en een genoegen. Het werk als roadie en het zorgen voor de lichtshow vond ik eigenlijk bijna net zo leuk als bas spelen in de band.”
“Er waren veel mooie, gedenkwaardige momenten, maar een van de hoogtepunten was het afspelen in de studio van een nieuwe plaat nadat de opnames en de mix waren afgerond: gedimde lichten en oren open, puur genieten!”
“Voor wat betreft de muziek ben ik uiteraard tot 1982 betrokken geweest. Daarna zijn mijn loopbaan en muzikale interesses behoorlijk veranderd. Om favoriete nummers vind ik erg lastig, maar, vanwege het geweldige geluid is Royal Bed Bouncer mijn favoriete album.”
“Dat de band het zolang heeft volgehouden, is in mijn beleving te danken aan Ton. Hij is de creatieve geest die al die jaren goede muziek is blijven schrijven. De overige leden van Kayak zijn de uitvoerende muzikanten. Pims rol was, zeker in het begin, behoorlijk groot. Hij heeft ook heel goede nummers geschreven en Pim was een fantastische, muzikale drummer. Natuurlijk is er geen Kayak denkbaar zonder Ton, the captain of the ship...”
Peter sloeg na Kayak een andere weg in en is al ruim dertig jaar de eigenaar van de Peter Scherpenzeel Studio, waar hij vooral Tiffany-lampen maakt en verkoopt. Tegenwoordig doet hij dat met de hulp van dochter Rose.
Katherine Lapthorn: achtergrondzangeres van 1978-1982.
Het verhaal van Katherine ‘Katy’ Lapthorn is vergelijkbaar met dat van Irene Linders. Zij was en is nog steeds de echtgenote van Peter Scherpenzeel, die in diezelfde periode de bassist van Kayak was. Op het album Periscope Life krijgt zij de credits voor twee composities: Astral Aliens en Beggars Can’t Be Choosers.
“Ik zou eerlijk gezegd niet weten wat de betekenis van Kayak is geweest voor de Nederlandse progressieve rock of pop. Ik heb er nooit over nagedacht. Ook mijn eigen rol vind ik zelf volstrekt onbelangrijk met uitzondering dan misschien van die paar nummers waaraan ik een bijdrage heb geleverd.”
“Ton was natuurlijk al die jaren de constante factor binnen de band. Wat hem bewogen heeft om het zo lang vol te houden, kan hij eigenlijk alleen zelf beantwoorden.”
“Starlight Dancer is mijn favoriete album. Dat is wat mij betreft een meesterwerk. De muziek en de teksten zijn opwindend, bijzonder en intelligent geschreven. Zelf genoot ik het meeste van de momenten waarop ik bij Ton thuis naast de piano stond terwijl hij een nieuw stuk liet horen.”
“Naar mijn bescheiden mening is Ton Kayak. Zonder Ton zou er geen Kayak geweest zijn, maar Pim heeft veel voor Ton betekend. Als tieners begonnen ze samen aan dit avontuur. Pim was wellicht wat extraverter en Ton wat ingetogener, maar in de muziek vonden ze elkaar met wederzijds respect en bewondering. Ton heeft de muzikaliteit van Pim altijd zeer gewaardeerd. Helaas was verdere samenwerking na 2009 niet meer mogelijk…”
Irene Linders: achtergrondzangeres van 1978-1982 en tekstschrijver van 1978-1981 en van 1999 -2022.
Ton Scherpenzeel en Irene Linders trouwden op 2 augustus 1976. Ton heeft de onmiskenbare talenten van zijn vrouw ongetwijfeld onderkend, toen hij haar en Katherine Lapthorn, de vrouw van broer Peter, vroeg om de band te komen versterken als achtergrondzangeressen. Daarmee waren de Kayettes geboren. Na het album Merlin (1981) zwaaiden de beide Kayettes af vanwege gezinsuitbreiding. Irene heeft als steunpilaar voor Ton en met haar tekstuele bijdragen een belangrijke rol gespeeld, vooral in het tweede leven van Kayak.
“Kayak was en is denk ik nog steeds een toonaangevende band, niet alleen vanwege het commerciële succes met hits als I Want You To Be Mine, dat de top 50 in de VS behaalde, en natuurlijk Ruthless Queen, dat ontelbare keren gecoverd is in verrassende talen. Maar ook gezien het feit dat veel (prog)bands van nu Kayak als inspiratiebron noemen. Als Kayette heb ik er misschien iets toe kunnen bijdragen dat Kayak, die aanvankelijk toch als vrij elitair werd gezien, toegankelijker werd voor een groot publiek. Het is natuurlijk zwaar genieten als bandlid als je meteen een grote hit en een platina album met Phantom Of The Night scoort. Maar hoe aardig ik ook kan zingen, ik denk dat ik mezelf en de band het meeste plezier heb gedaan met mijn songteksten, want ik denk dat ik voor schrijven een groter talent heb.”
“Kayak heeft maar liefst vijftig jaar bestaan en voor mijn gevoel is het belangrijkste dat er steeds een onwrikbaar geloof was in de band. Ton weet mij nog altijd te raken met zijn prachtige songs en dat geldt ook voor onze trouwe aanhang. Oké, het was soms even wennen met weer een andere zanger of zangeres, maar er waren uiteindelijk maar weinig fans die om die reden afhaakten. En ja, ook vrouwen kunnen Kayak-nummers prima zingen!”
“De nummers die het meest voor mij betekenen zijn allereerst Ruthless Queen (Phantom Of The Night, 1978, Scherpenzeel-Linders), niet zo zeer omdat ik dat het beste nummer vind, maar ook omdat we er nog steeds elk jaar van op vakantie kunnen, ha, ha! Het was de eerste tekst die ik voor Kayak schreef. Met klotsende oksels liet ik het resultaat aan Ton lezen; ik had zelfs de titel veranderd. Ton vond die tekst prima en het publiek kennelijk ook, want na 43 jaar wordt de tekst nog altijd woord voor woord meegezongen, en daar ben ik best trots op. Als tweede song noem ik Nothingness (The Last Encore, 1976, Scherpenzeel), omdat Ton dat liedje voor en over mij heeft geschreven. Ik vind het adembenemend mooi en na het instrumentale Irene dit keer met tekst. Als derde het recente La Peregrina (Seventeen, 2020, Scherpenzeel), een mini-rockopera die alle facetten bevat van een opwindende rocksong. Super gezongen en gespeeld door de laatste bezetting van Kayak.”
“Als echtgenote van Ton heb ik Kayak natuurlijk heel lang en van zeer nabij meegemaakt, en dan zijn er vele kleurrijke momenten te noemen. Ik zou natuurlijk kunnen zeggen: het platina feestje bij Kaatje bij de Sluis of de opnames voor Periscope Life in Los Angeles, maar het mooiste moment voor mij is de dag dat Ton, een halfjaar na zijn hartaanval zei dat hij toch door wilde met Kayak. Dat had ik wel gehoopt, maar niet verwacht. Het resultaat was Out Of This World (2023), een juweel van een album, dat weer werd gevolgd door een succesvolle internationale tournee.”
“Wat de rollen van Pim en Ton binnen Kayak betreft: Pim was een supertalent, een aimabel mens die nog steeds diep in ons hart zit. Pim en Ton vormden een gouden duo, twee tegenpolen die het beste in elkaar naar boven brachten. Ze daagden elkaar uit, streden om het beste liedje, maar er was altijd wederzijds respect en vriendschap. Kayak zonder Ton? Hou even op, zeg! Je haalt toch ook geen Honda-motor uit de Red Bull? Haal Ton uit Kayak, en je verliest de motor. Je krijgt dan een veredelde tributeband, en dat is toch echt niet hetzelfde...”
Gerrit-Jan Leenders: producer van 1972-1976 en in 1981.
Gerrit-Jan was in 1972 een jonge producer bij EMI én een liefhebber van rockmuziek, toen een nét beginnende groep uit Hilversum zich meldde. Nadat hij naar enkele demo’s had geluisterd, was hij direct geboeid. Een prettige bijkomstigheid was dat Gerrit-Jan meteen steun kreeg van het toenmalige A&R-management, zodat hij vrij snel de demostudio kon induiken. Dit was het begin van een plezierige en vruchtbare samenwerking met Kayak.
“De samenstelling van de groep was nog in beweging en er moest ook nog een naam worden bedacht. Maar er was een klik en dus gingen we de studio in. We kozen voor het waanzinnig mooie, symfonische Lyrics, een op het eerste gezicht geen commercieel nummer. Intern was er veel enthousiasme. Ik mocht de opname mixen in de studio van niemand minder dan Mike Vernon. Volgens Rogier van Otterloo was Lyrics een meesterwerk, en door Adje Bouwman van Veronica al min of meer heilig verklaard en spectaculair gelanceerd in zijn Adje Bouwman Top 10. Lyrics bleek toch een redelijk succesvolle single, zodat we zeer enthousiast aan de slag gingen met het debuutalbum met daarop veel experimenten, veel studiotijd en veel bruisend talent. Ik wilde de mix in elk geval met een internationaal ervaren toptechnicus doen. Desgevraagd kreeg ik de ruimte om samen met Alan Parsons in de fameuze Abbey Road Studios te werken. Dat verliep zeer professioneel en de studio was de toenmalige Nederlandse techniek heel ver vooruit. In studio 1 nam Paul McCartney op, in studio 2 Pink Floyd en in studio 3 Kayak!”
“Het tweede gelijknamige album en het derde Royal Bed Bouncer heb ik ook geproduceerd. Dat album is door de jaren heen altijd mijn favoriete album gebleven. Later produceerde ik ook Merlin, eveneens een album met geweldige composities. Kayak kreeg al snel een wat elitair imago, maar heeft door de jaren heen toch altijd een grote groep liefhebbers bediend. Ondanks het feit dat van tijd tot sprake was van bezettingswisselingen, ging de band stug door. Ton, Pim en Max en ook Johan en Bert hadden een enorme energie. Later wilde Max minder zingen, waardoor Edward Reekers de zanger werd en ook hij scoorde bij een vrij groot publiek. Het overlijden van Pim moet voor iedereen enorm zwaar zijn geweest, maar Ton heeft toch kans gezien om daarna nog een groot aantal composities te schrijven.”
“Ik vind het reuze boeiend om te zien en vooral te horen, dat een groot aantal bands uit de jaren zeventig en tachtig nog steeds zalen en zelfs stadions weet te vullen met publiek dat vaak uit drie generaties bestaat. Misschien heeft dat toch iets met de passie en de kwaliteit van toen te maken... of ben ik gewoon een ouwe rocker?”
“Na een succesvolle carrière in de platenindustrie als talentscout, producer en A&R-director bij EMI, ben ik overgestapt naar consultancy. Sindsdien ben ik al decennialang een veel gevraagde gesprekspartner en mentor in een omvangrijk businessnetwerk. Ik werk internationaal, woonde in België, Frankrijk, Nederland en tegenwoordig weer in België. Mijn slogan: focus op wat je wilt bereiken, niet op wat je wilt vermijden.”