MENNO VON BRUCKEN FOCK

SPOOKY TOOTH (GARY WRIGHT, 17-02-2008)

Spooky Tooth - GARY WRIGHT
maandag, maart 17, 2008
SPOOKY TOOTH - GARY WRIGHT

Spooky Tooth geldt als één van de bands uit de jaren zestig die toch wat ondergewaardeerd was. De muziek was een mengelmoes van rock en blues maar behalve een eerste aanzet richting hard rock zaten er ook duidelijk progressieve elementen in, mede door de aanwezigheid van twee toetsenisten: Mike Harrison en Gary Wright. Deze laatste was net als Mike tevens één van de twee zangers en het bijzondere was ook nog, dat Gary als enige Amerikaan te midden van Britten in deze band zat. Hun bekendste hit is ongetwijfeld That Was Only Yesterday. Voor iO Pages is natuurlijk veel belangwekkender wat er gebeurde toen de band uiteenviel en Gary zijn solo carrière vorm gaf met de synthesizer gedomineerde hit The Dream Weaver. Na 40 jaar is Spooky Tooth weer springlevend en na het concert in De Boerderij op 17 februari 2008, kreeg uw reporter de kans om met één van de pioniers van de synthi-pop te praten over Spooky Tooth maar vooral ook over Wright’s solocarrière.

Bezetting:
Mike Kellie (drums)
Mike Harrison (zang/toetsen)
Gary Wright (zang/toetsen)
Shem von Schroek (bas)
Steve Farris (gitaar)
   
Gary, je speelde ooit voor uitverkochte stadions, nu voor een zeer beperkt publiek. Is dat teleurstellend?

Nee maar wel anders! Ik was in geen twintig, misschien wel dertig jaar in Europa geweest en ik wilde gewoon graag weer op dit continent spelen en mijn naamsbekendheid hier weer vergroten. Ik ben ook van plan om dit najaar of iets later als Gary Wright weer te gaan optreden in Europa, vooral in Duitsland en Nederland. Deze Spooky Tooth tour was niet alleen gewoon voor ons plezier maar ook het vieren van onze hernieuwde vriendschap. Het spelen in clubs is over het algemeen sfeervoller en heeft die intimiteit die je mist in een stadion. Ik speel overigens nog steeds in grote stadions maar ik vind beide even leuk.

Ruim veertig jaar na de eerste opnames met Spooky Tooth zijn jullie weer gaan spelen. De aanleiding voor deze reünie was het overlijden van voormalig ST bassist Greg Ridley in 2004?

Inderdaad. Als eerbetoon aan Greg spraken we af om twee concerten te geven te zijner nagedachtenis en om dit eerbetoon nog meer te laten spreken, hebben we van deze concerten tevens een album en een DVD uitgebracht. Toen we eenmaal bij elkaar waren, werd het plan opgevat om te gaan touren om dit album en de DVD te promoten.

Waarom duurde het drie jaar voordat album en tour realiteit werden?

Iedereen had nog bezigheden en ikzelf was intensief betrokken bij diverse projecten. Ook het bewerken en editen van de opnames om er een goede CD/DVD van te maken, kostte gewoon heel veel tijd en daar waren we pas in 2007 mee klaar. Daarnaast had ik ook nog tourverplichtingen in de USA, mede daarom heeft het allemaal zo lang geduurd.

Je hebt psychologie gestudeerd in Duitsland. Heb je ooit nog wat met die studie gedaan?

Ehh, nee! Ik zou eigenlijk arts worden, maar toen ik na mijn afstuderen een jaar psychologie gestudeerd had, besloot ik toch mijn droom te gaan nastreven: muziek! Zeker toen ik succesvol bleek te zijn besloot ik vervolgens om mijn hart te volgen en te doen wat ik echt graag wilde doen.

Je hebt in de loop der jaren met zeer bekende muzikanten samengewerkt: Eric Clapton, Mick Jones, Phil Collins, Terry Bozzio en vooral wijlen George Harrison, waarmee je o.a. een reis naar India hebt gemaakt. Welke herinnering uit die tijd is je het meest dierbaar?

George en ik werden meteen vrienden vanaf onze eerste ontmoeting omdat wij beiden de warme belangstelling voor de Oosterse filosofie hadden. Toen George er achter kwam dat ik zijn interesse deelde, voorzag hij me van allerlei literatuur, in het bijzonder het boek ‘Autobiography of the Yogi’, een boek geschreven door Paramahansa Yogananda. Ik las het boek en vervolgens nodigde George me uit om hem te vergezellen naar India in 1974, waar onze gastheer Ravi Shankar bleek te zijn. Hij liet ons al die gewijde plekken zien en ik was helemaal overrompeld door de schoonheid en voelde mij spiritueel zeer nauw verbonden met dit land. Nadien ben ik nog vijf keer terug gegaan. George en ik waren elkaar zeer na (kijkt ernstig en weemoedig). Ik heb hem kort voor zijn overlijden nog opgezocht en natuurlijk is het triest om iemand met hersenkanker te zien wegglijden maar zijn geest was ongebroken: hij was werkelijk een schitterend mens. Ook onderschat in mijn beleving. Alle aandacht ging steeds uit naar McCartney en Lennon en George mocht ook meestal maar één of twee nummers per album aanleveren, maar hij was een zeer begenadigde muzikant. Alle nummers op All Things Must Pass waren vrijwel zonder uitzondering nummers die in de Beatles periode waren geschreven, maar nooit op die LP’s terecht gekomen zijn. Ik ben er van overtuigd dat hij erg veel met de ziel van Beatles te maken had. Samen met hem schreef ik twee songs op All Things Must Pass en ik speelde op alle nummers.

Nadat je Spooky Tooth had verlaten ging je weer terug naar de States. Heb je in die periode nog contacten met de andere ST leden onderhouden?

In de laatste incarnatie van Spooky Tooth speelde ik nog met Mick Jones, Val Burke, Mike Patto en Bryson Graham. Toen Dream Weaver werd uitgebracht kreeg ik het ontzettend druk, maar kort voordat Mick met Foreigner het eerste album uitbracht in 1976 speelde ik daarvoor nog enkele shows op hetzelfde podium als Mick met zijn band. Enkele maanden later had hij met zijn nieuwe groep Foreigner een reusachtige hit met Feel Like The First Time. Met hem heb ik wel contact onderhouden, niet zozeer met de andere bandleden.

Naast diverse succesvolle soloalbums ben je ook muziek gaan schrijven voor films. Jouw muziek is ondermeer te horen op Wayne’s World, Ski To The Max (IMAX) en Fire And Ice (Willy Bogner). Kun je vertellen hoe je daarin gerold bent?

Er werd contact opgenomen door de filmproducenten zelf, die mijn muziek hadden gehoord en die in hun film verwerkt wilden hebben en daarna ging het als vanzelf. Wat ik vooral aardig vond was de samenwerking met de zeer creatieve regisseur Alan Rudolph voor de film Endangered Species; ook werd ik benaderd door Sylvester Stallone voor de film Staying Alive. Een aantal van mijn liedjes is ook verwerkt in films en overigens ook diverse van mijn songs zijn opgenomen door andere artiesten.

Vind je het werken aan soundtracks leuker dan het werken aan soloalbums?

Het is fijn om te weten dat jouw muziek in diverse segmenten tot de mensen komt en het geeft een gevoel van dankbaarheid dat zoveel mensen jouw composities appreciëren. Voor de filmindustrie ligt dat het schrijven natuurlijk anders: je werkt daarin nauw samen met de regisseur en volgt zijn aanwijzingen zo goed mogelijk op en je schrijft muziek bij de kale film die je beschikbaar hebt. De laatste tijd doe ik trouwens niet veel meer aan films, maar houdt me meer bezig met live optredens en het schrijven van nieuwe liedjes, wat altijd mijn eerste liefde geweest is.

Hoe schrijf je je muziek?

Dat wisselt. Soms achter m’n computer, meestal echter op akoestische gitaar of piano en die neem ik dan op. Ik schrijf niets uit op notenpapier als je dat bedoelt!

Welke opleiding heb je als muzikant gehad?

Als kind was ik al acteur op Broadway en zo kreeg ik mijn opleiding als zanger. Verder een maand of wat les in klassieke piano en de rest heb ik mezelf geleerd. Behalve filmmuzikanten, die bladmuziek spelen, zijn de meeste artiesten die ik ken autodidact en spelen net als ik op het gehoor.

De lezers van ons blad kennen Gary Wright voornamelijk van de (bijna) ‘all synthesizers’ albums, waarvan The Dream Weaver ongetwijfeld de bekendste is. Hoe kwam je op het idee om alleen synthesizers te gaan gebruiken?

Toen ik bij Warner Brothers onder contract kwam, had ik al mijn spul meegenomen: een Hammond, een Mini-Moog, een Fender Rhodes en een Clavinet. Ook had ik een kleine ritmebox en zo was ik doende om songs te maken en terwijl ik zo bezig was dacht ik bij mezelf: ik heb eigenlijk helemaal geen gitaren nodig! Uiteindelijk zat ik in de studio met Jim Keltner en David Foster die ook keyboards speelde op dat album en voor de laatst toe te voegen track moest er een keuze gemaakt worden tussen Empty Inside en Dream Weaver. David suggereerde dat we Dream Weaver moesten doen!

Wat voor impact had The Dream Weaver op jou persoonlijk?

Omdat ik er nooit op gerekend had dat dit nummer op single zou worden uitgebracht, had ik er behoorlijk wat elektronische geluiden en effecten in verwerkt. De eerste single Love Is Alive flopte eigenlijk en vervolgens werd tot mijn verbazing The Dream Weaver als tweede uitgebracht en die ging regelrecht naar nummer 1; later brachten ze Love Is Alive opnieuw uit en dat nummer bereikte toen een tweede plaats. Na die klapper ging mijn carrière als een komeet de lucht in en dan gaat alles razend snel. Ik kreeg de kans om met Peter Frampton, Yes, Fleetwood Mac enzovoorts te gaan toeren en ik speelde die zomer van 1976 voor miljoenen mensen. In die tijd leer je veel en ben je genoodzaakt om snel te rijpen als mens. Light Of Smiles en Touch & Gone waren net als The Dream Weaver “all keyboard” albums, daarna ging ik weer terug naar het oudere concept met o.a. bijdragen van Steve Lukather op Headin’Home. Een speciaal liedje op The Right Place, dat op Broadway een gigantische hit is geweest, is het nummer Comin’Apart, dat ik samen met de beroemdheden Barry Mann en Cynthia Weil schreef. Dat nummer is recentelijk opnieuw opgenomen door een grootheid in de Techno muziek hier in de States: de DJ Armand van Helden, die er een dance-beat onder legde en daarmee een grote hit scoorde in de States, de UK en ook in Nederland. Gelukkig doen meer artiesten dat met mijn nummers zoals ook o.a. Eminem en Anastacia (Love Is Alive).

Was je ook geïnteresseerd in de technische kant van de muziek omdat je zelf ook zoveel keyboards bezit?

Ik ben altijd technisch georiënteerd geweest. Ik heb thuis mijn eigen studio en al heb ik in het verleden albums als co-producer gewerkt, nu doe ik alles zelfstandig en dat bevalt me heel goed.

Veel artiesten uit die tijd die een bliksemcarrière doormaakten konden de druk niet goed aan en zochten hun heil in drank en drugs. Hoe heb jij die periode doorstaan?

Ik heb het geluk gehad ingewijd te worden in de Oosterse filosofieën en meditatie, dat is mijn redding geweest! Ik mediteer nu al zo’n 35 jaar. Het is trouwens grappig om als artiest mee te maken dat je ineens een beroemdheid bent, vervolgens zakt je carrière wat in en nu, na dertig jaar, wil iedereen opeens je muziek weer horen en wil je weer zien spelen! Bevredigend is dat natuurlijk wel.

Je hebt 30 jaar na dato The Dream Weaver opnieuw uitgebracht?

Dat klopt! Het album is door mij opnieuw digitaal opgenomen. Klinkt exact hetzelfde maar beter en, de rechten zijn van mij dus ik hoef Warner Brothers niets af te dragen. Ook ringtones zijn erg populair en dan verkoop ik ze uiteraard mijn eigen digitale versie.

In Europa spelen artiesten vaak een succesalbum uit de jaren zeventig: Waters speelt Dark Side Of The Moon, Saga speelde Worlds apart en Wishbone Ash speelt Argus. Heb je ooit overwogen om bij het dertigjarig bestaan van dit album dit weer als all keyboard band te gaan spelen?
Nee, eigenlijk niet. In Amerika is dat ook geen usance. Je speelt een aantal hits maar nooit een compleet album. Ik heb het wel voor het radiostation XM radio gedaan, waar ik het gehele album live gespeeld heb, maar dat was een uniek evenement.

Ik wed dat er veel mensen zijn die die tape zouden willen hebben! (gelach)Hoe kijk je terug op ruim veertig jaar historie als muzikant?

Ik ben een gelukkig mens. Er zijn geen dingen gebeurd waar ik spijt van heb en ik ben erg tevreden over de wijze waarop alles gelopen is. Alles in het leven heeft een reden. Van emotioneel zware periodes word je sterker als je jezelf niet laat verleiden tot zaken als drugs. Veel muzikanten die ik ken of gekend heb konden niet omgaan met hun succes of juist het gebrek aan succes en zijn daar onderdoor aan gegaan. Ik ben gezegend met goede vrienden en fijne mensen om muziek mee te maken en te schrijven, dus ik heb veel geluk gehad.

Eén ding uit je biografie intrigeert mij bijzonder en dat is de wijze waarop jij als Amerikaan in een Engelse band terecht gekomen bent. In die tijd toch heel bijzonder?

Dat kwam door mijn connectie met producer Jimmy Miller (o.a. Rolling Stones, Traffic) die ik vanuit mijn jeugd al goed kende. Hij ging naar de UK en vervolgens ontmoetten wij elkaar in Noorwegen waar hij opende voor Traffic. Via hem ontmoette ik Chris Blackwell, oprichter van Island Records en die vroeg mij om naar Engeland te komen nadat hij mij had horen zingen. Hij bracht me in contact met de VIP’s (pre-Spooky Tooth – MvBF) en zo werd Spooky Tooth geboren!

Je website stopt met de biografie in 2001. Wat heb je de afgelopen 7 jaar gedaan?

Goh, is dat zo? Dat komt waarschijnlijk omdat mijn ‘My Space’ wel zeer regelmatig geactualiseerd wordt en de ‘gewone site’ kennelijk niet. Ik heb veel muziek geschreven in de periode na 2001, veel optredens gehad, heb nu mijn eigen platenmaatschappij in Amerika, waarvan de distributie door Warner wordt verzorgd.Ik heb ook een EP gemaakt die via de digitale kanalen wereldkundig gemaakt is. Verder werkte ik mee aan het album Elevate van de band Intangible, waarin mijn zoon Justin speelt. Hij is daar zanger en gitarist, zeer getalenteerd trouwens en ook geheel autodidact. Hun single deed het best aardig maar ik moet zeggen dat de hedendaagse muziekbusiness vele malen moeilijker is voor jonge muzikanten dan in de tijd dat ik succesvol werd.

First Signs of Life was een soloalbum geïnspireerd op reizen naar o.a. Brazilië en Nigeria met muziek vanuit die landen in jouw eigen stijl verwerkt. Vind je reizen echt leuk?

Op één van mijn reizen was ik in Brazilië tijdens het carnaval in 1979 en ik zag daar zulke goede muzikanten dat ik besloot wat van die muziek op te nemen en er iets mee te gaan doen. Al die opnames van vooral percussie lagen meer dan 10 jaar in de kast, tot ik geïnteresseerd raakte in World muziek en het idee kreeg om over de opnames uit Brazilië Afrikaanse koormuziek te leggen en daaromheen mijn eigen muziek te componeren. Op dit album werkt o.a. ook de Nigeriaan Ayo Adeyemi mee. Reizen vind ik inderdaad leuk. Vooral naar India op spiritueel gebied maar ook naar andere plaatsen om te genieten van omgeving en vooral intermenselijke contacten. Ik heb overal wel vrienden zitten.

Tijdens de show vanavond maakte je melding van een mogelijk nieuw Spooky Tooth album?

Inderdaad. Ik heb geen idee wanneer dat zal gebeuren maar het ligt wel in de bedoeling om dat te gaan doen. Als ik thuiskom zou ik graag eerst mijn nieuwe soloalbum afmaken en uitbrengen nog voor de zomer, dan ben ik met de All Star Band bezig tot in augustus. Vanavond speelden we trouwens Too Close To The Fire dat op het nieuwe ST album zal komen te staan, blues en rock dus. Of de CD nog dit jaar zal uitkomen betwijfel ik. Mijn nieuwe album zal iets meer ‘funk' zijn. Veel van die muziek is ontstaan op akoestische gitaar net als overigens de basis voor The Dream Weaver (grinnikt). Tot nu toe heb ik alle instrumenten en zang zelf gedaan, maar mogelijk zullen er nog enkele gastmuzikanten worden uitgenodigd. Einde van dit jaar zou ik graag nog wat shows in Europa willen doen en dan doorreizen naar India.

Hoe zien na deze tour, die in maart eindigt, jouw toekomstplannen er uit?

Terug naar Amerika en daar gaan we met een all star band o.l.v. Ringo Starr toeren in de zomermaanden. Behalve mijn persoon zitten daar in: Edgar Winter, Billy Squier, Colin Hay (Men At Work) en Hamish Stuart (Average White Band). Zo’n dertig shows zullen we gaan doen. Alle leden brengen hun individuele hits ten gehore en uiteraard zitten er een aantal songs van de Beatles bij! Ik ken Ringo overigens al vanaf 1970 omdat hij net als ik meewerkte aan het George Harrison album All Things Must Pass. Daarna speelde ik ook mee op Ringo’s vroege soloalbums (It Don’t Come Easy en Back Off Boogaloo). Eén van mijn twee zonen is net vader geworden dus mijn vrouw Rose en ik kunnen ons hart ophalen bij een deel van de zorg voor de baby!

Discografie SPOOKY TOOTH:

IT’S ALL ABOUT (1968)
SPOOKY TWO (1969)
CEREMONY (+PIERRE HENRY) (1970)
YOU BROKE MY HEART SO I BUSTED YOUR JAW (1973)
WITNESS (1973)
THE MIRROR (1974)
THAT WAS ONLY YESTERDAY (COMPLILATIE) (1976)
NOMAD POETS (LIVE) (2007)
 Discografie SOLO:

EXTRACTION (1971)
FOOTPRINT (1972)
THE DREAM WEAVER (1975)
THE LIGHT OF SMILES (1977)
TOUCH AND GONE (1978)
HEADIN’HOME (1979)
THE RIGHT PLACE (1981)
WHO I AM (1988)
FIRST SIGNS OF LIFE (1995)
HUMAN LOVE (1999)